Ruwweg 2.500 jaar geleden stierf een 35-jarige man in China. Hij werd begraven met een flinke voorraad cannabis.

Archeologen hebben het graf van deze mogelijk Kaukasische man gevonden en stuitten daarbij op dertien cannabisplanten. De één meter lange planten lagen op de borstkas van de overleden man.

“Dankzij deze ontdekking krijgen we een goed beeld van het rituele gebruik van cannabis”, schrijven de onderzoekers. “Waarschijnlijk werd cannabis daarnaast ook gebruikt als medicijn tegen ziektes.” Het graf is gevonden in de stad Turpan in het noorden van China. Het is één van de in totaal 240 graven die zijn aangetroffen nabij de Mongolische grens. De 35-jarige man is de enige persoon die met cannabis is begraven.

Eén van de gevonden cannabisplanten. De duidelijk zichtbare harsachtige haartjes bevatten THC: de psychoactieve stof waar cannabis om bekend is. Foto: Hongen Jiang / National Geographic.

Eén van de gevonden cannabisplanten. De duidelijk zichtbare harsachtige haartjes bevatten THC: de psychoactieve stof waar cannabis om bekend is. Foto: Hongen Jiang / National Geographic.

De archeologen vermoeden dat de man bij de Gushi hoorde. Dit oude volk woonde rond de Turpanlaagte en waren hun tijd vooruit. Uit verslagen blijkt dat de Gushi veel kennis hadden van landbouw, bedreven waren met pijl-en-boog en veel dieren (o.a. runderen, paarden, kamelen en schapen) bezaten. Het gebied van de Gushi maakte onderdeel uit van de beroemde zijderoute, waarlangs gedurende vele eeuwen handel werd gedreven.

De cannabis is geanalyseerd en daaruit blijkt dat de planten lokaal zijn geteeld. Blijkbaar was marihuana populair in de regio. Misschien werd de plant gebruikt om kleding te maken. Een andere mogelijkheid is dat cannabis werd gerookt of dat de lokale bevolking op de plant kauwde. Aangezien hennepvezels op meer plekken zijn aangetroffen denken de wetenschappers dat de plant ook in wierook en thee werd gebruikt.