Archeologen hebben op zo’n twintig kilometer afstand van Rome de restanten van het paleis van Sextus Tarquinius Superbus, de zoon van de laatste koning van Rome gevonden. Er is weinig meer van het paleis over; het zou tijdens een opstand in 510 voor Christus opzettelijk zijn vernield.

Archeologen menen ondanks de weinige overblijfselen met zekerheid te kunnen vaststellen dat het paleis aan Sextus Tarquinius toebehoorde. Er zijn fragmenten van het dak gevonden waarop een afbeelding van een minotaurus staat. Deze stier met het lichaam van een mens was het symbool van de familie. Wellicht werd het huis al voor de geboorte van Sextus Tarquinius opgericht en erfde hij het later.

Naast de dakfragmenten zijn ook drie losse kamers met goed bewaard gebleven vloeren gevonden. Onder deze vloeren vonden de archeologen de lichaampjes van acht doodgeboren kinderen. De kamers leidden wellicht naar een zuilengang.

De archeologen hopen deze lente nog alle delen van het overvloedig gedecoreerde dak samen te brengen, zodat het in volle glorie kan worden waargenomen.

Sextus Tarquinius Superbus was de zoon van L. Tarquinius Superbus, ook wel bekend als Koning Tarquin de Trotse. Prins Sextus Tarquinius was bepaald geen heilige. Hij verkrachtte de vrouw van zijn broer: Lucretia. Zij pleegde kort daarop zelfmoord. Er ontstond een scheuring binnen de familie en een vriend van Lucretia’s echtgenoot veroorzaakte een revolutie. L. Tarquinius Superbus raakte de macht kwijt en de Romeinse republiek ontstond.