Overtuigend bewijs dat klonen niet leidde tot een versnelde veroudering van het schaap.

Op 5 juli 1996 werd in Nottingham een schaap geboren. Niets bijzonders. Ware het niet dat dit schaap gekloond was. Het allereerste gekloonde schaap ter wereld. En ook nog eens de allereerste kloon van een volwassen dier. En vanaf het begin doet Dolly het geweldig: ze gedraagt zich als een normaal lam en lijkt helemaal gezond te zijn. En een paar jaar later zet Dolly – geholpen door een mannetjesschaap – meerdere gezonde jongen op de wereld.

Artrose
Er lijkt geen vuiltje aan de lucht. Tot aan het begin van deze eeuw bekend wordt dat bij Dolly artrose is vastgesteld. Direct gaan alle alarmbellen rinkelen. Want het is vrij ongebruikelijk dat zo’n jong schaap aan een ouderdomsziekte als artrose lijdt. Al snel wordt er – met name in de media – een link gelegd tussen de wijze waarop Dolly tot stand is gekomen (het klonen) en de versnelde veroudering waaraan zij ten prooi lijkt te vallen.

Conclusie
Maar werd Dolly wel echt versneld oud? Was de artrose die bij haar werd vastgesteld echt zo ongebruikelijk? Over die vraag hebben Engelse onderzoekers zich nu gebogen. En hun conclusie is helder. De artrose van Dolly viel alles mee en is zeker geen bewijs dat het schaap door toedoen van het klonen versneld oud werd.

Röntgenscans onthullen dat de artrose van Dolly echt niet zo uitzonderlijk is. Afbeelding: University of Nottingham.

Scans
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze röntgenscans maakten van het skelet van Dolly. Ook werden er scans gemaakt van de skeletten van haar dochter Bonny en twee andere klonen (Megan en Morag, voortgekomen uit embryonale cellen). De scans werden vervolgens vergeleken met die van schapen die op natuurlijke wijze ter wereld waren gekomen.

Ongegrond
Uit het onderzoek blijkt dat de twee oudere schapen (Bonnie en Megan) in vergelijking met Dolly een veel ernstigere vorm van artrose hadden die bovendien veel meer gewrichten had aangetast. Dolly had op het moment van overlijden – zij werd 6,5 jaar oud – geen artrose in haar schouder-, sprong- of carpaalgewricht en de distributie van haar artrose blijkt vergelijkbaar te zijn met dat van zeven tot negen jaar oude gekloonde schapen en bovendien nauwelijks te verschillen van de artrose waar schapen die op natuurlijke wijze zijn verwekt, op die leeftijd mee te maken hebben. “Daarom concluderen we dan ook dat de oorspronkelijke zorgen over dat het klonen tot vroegtijdige artrose bij Dolly heeft geleid, ongegrond zijn,” aldus onderzoeker Sandra Corr.

Het lijkt erop dat het hele verhaal omtrent de artrose van Dolly gaandeweg een beetje een eigen leven is gaan leiden. Zo wijzen de onderzoekers erop dat in formele bronnen slechts één keer over artrose bij het schaap gesproken werd. In een voor een conferentie geschreven kort tekstje werd gesteld dat het schaap artrose had in de linkerknie. Dat die artrose bij oudere (gekloonde) schapen veel erger was en vergelijkbaar is met de artrose waar (gekloonde) schapen van de leeftijd van Dolly mee te maken hebben, lijkt overtuigend bewijs dat klonen niet aan de artrose van Dolly ten grondslag lag. Wat de artrose dan wel veroorzaakte? Dat blijft gissen, maar de zwangerschappen van het schaap – ze baarde zes jongen: Bonny, een tweeling en een drieling – kunnen daar een rol in hebben gespeeld.

Nieuwsgierig…
…naar het hele levensverhaal van Dolly? We schreven er vorig jaar dit artikel over!