20121112-144513.jpg

Er mag dan wel een rover op Mars rondrijden, maar NASA en ESA hebben laten zien dat het ook andersom kan: de ruimteagentschappen hebben een kleine machine op aarde bestuurd vanuit het internationale ruimtestation.

De test werd uitgevoerd door ESA in het Duitse Darmstadt, bij het European Space Operation Centre. Daar liet commandant van de huidige Expeditie 33, Sunita Williams, een klein Lego-autootje een paar rondjes rijden. Ze bestuurde het autootje met een speciale, door NASA ontworpen laptop.

Buitenaardse verbinding
Met de test hopen de ruimteagentschappen een nieuwe interplanetaire internetverbinding te kunnen testen. Daarmee moet een signaal vanuit een bewegend ruimteobject een voertuig op aarde besturen. Dat kan later van pas komen wanneer astronauten naar een andere planeet gaan en eerst vanuit een baan om de planeet het landschap willen verkennen.

Wist u dat…

… het niet de eerste keer is dat astronauten met Lego aan de slag gaan? De laatste spaceshuttlemissie nam ook een bak van het kinderspeelgoed mee naar het ISS. De astronauten gebruikten het om wetenschappelijke experimenten aan kinderen te duiden.

Ruimteverkenning
NASA is enthousiast over de eerste resultaten, zegt Badri Younes van de ruimtevaartorganisatie. “Deze ontwikkeling is een grote stap voorwaarts in ruimteverkenning. Dit kunnen we straks gaan gebruiken voor het besturen van robots op Mars, maar ook om vanaf aarde bepaalde observatiesatellieten anders in te kunnen zetten, bijvoorbeeld voor communicatiedoeleinden.” Er moet nog wel meer met de techniek worden geëxperimenteerd. Tot nu toe zijn naast het rijden van het Lego-autootje ook enkele zwart-witfoto’s op en neer gestuurd.

De techniek die gebruikt wordt, komt van NASA, en heet Disruption Tolerant Networking (DTN). Dat is een nieuw ontworpen techniek die op internetcommunicatie lijkt. Er wordt gebruik gemaakt van eenzelfde protocol, maar DNT zorgt ervoor dat informatie ook helemaal aankomt. Dat gebeurt doordat het een soort ‘stap-voor-stap’-methode gebruikt, waarbij de verzonden informatie per node worden verstuurd. Er wordt dan eerst gekeken of de volgende node al werkt, voordat de informatie doorgezonden wordt. Op die manier is zeker te zeggen dat informatie echt aankomt.