Gewichteloosheid blijkt hand in hand te gaan met een verhoogde lichaamstemperatuur.

Wie de kans krijgt om een paar maanden in het internationale ruimtestation te vertoeven kan niet alleen rekenen op een fraai uitzicht, maar wordt tevens getrakteerd op koorts. Dat schrijven Duitse wetenschappers in het blad Scientific Reports.

Het onderzoek
De onderzoekers bestudeerden de lichaamstemperatuur van astronauten voor, tijdens en na hun verblijf in het internationale ruimtestation met behulp van verschillende sensoren. Met die sensoren was het mogelijk om zelfs minimale veranderingen in de bloedtemperatuur te meten.

Geleidelijk

Het is niet zo dat de temperatuur van astronauten abrupt stijgt op het moment dat ze in de ruimte komen. Het is een geleidelijk proces: de temperatuur bleek over een periode van zo’n 2,5 maand toe te nemen en uiteindelijk – in rust – uit te komen op zo’n 38 graden Celsius.

40 graden
Uit het onderzoek blijkt dat astronauten na verloop van tijd permanent koorts hebben. Zelfs in rusttoestand ligt hun lichaamstemperatuur gemiddeld een graad hoger dan normaal (37 graden Celsius). En wanneer ze in beweging zijn, liep hun lichaamstemperatuur zelfs vaak op tot boven de 40 graden Celsius.

Zweet
Die verhoogde lichaamstemperatuur is goed te verklaren, stelt onderzoeker Hanns-Christian Gunga. “Onder gewichtloze omstandigheden is het voor onze lichamen moeilijk om overbodige warmte af te staan.” Zo verdampt zweet in de ruimte bijvoorbeeld veel trager dan op aarde. Dat wil niet zeggen dat de verhoogde lichaamstemperatuur geen reden tot zorg is. De onderzoekers wijzen erop dat grote fluctuaties in de lichaamstemperatuur een impact kunnen hebben op de fysieke en cognitieve prestaties van mensen en zelfs levensbedreigend kunnen zijn.

Het onderzoek heeft echter niet alleen implicaties voor de gezondheid van astronauten, denkt Gunga. “Onze resultaten roepen ook vragen op over de evolutie van onze optimale lichaamstemperatuur: hoe deze zich reeds heeft aangepast en hoe deze zich zal blijven aanpassen aan klimaatveranderingen op aarde.”