Astronauten hebben tijdens een training een gloednieuwe soort ontdekt. Het gaat om een 8 millimeter groot schaaldiertje. Voor de goede orde: het wezentje werd niet in het ISS of in de ruimte, maar ‘gewoon’ op aarde, in een grot in Italië, ontdekt.

Wat deden de astronauten – die men toch eigenlijk in de ruimte zou verwachten – in die grot? Ze zaten daar voor de CAVES-training. Tijdens deze training leren astronauten in extreme situaties en op een extreme plek nauw met elkaar samenwerken. Een vaardigheid waar ze in de toekomst tijdens een ruimtemissie veel aan zullen hebben.

Experimenten
Tijdens de CAVES-training zitten de astronauten niet stil. Ze doen tal van wetenschappelijke experimenten op het gebied van geologie, meteorologie en biologie. In dit geval gingen de astronauten op zoek naar organismen die in deze grotten leven.

De nieuwe soort. Foto: ESA–M. Fincke.

Aas
Met behulp van speciaal – en vooral zeer stinkend – aas (gemaakt van lever en rotte kaas) probeerden ze organismen in de val te lokken. Eén van de organismen die daar in trapten, was een klein schaaldiertje. Na de training zochten de astronauten het diertje op de lijst met bekende diersoorten op. Zonder resultaat.

Cirkeltje is weer rond
Een verdere analyse wees uit dat het organisme nieuw was voor de wetenschap. Het schaaldiertje bleek te behoren tot de onderorde landpissebedden. Hoewel de meeste schaaldieren – zoals krabben en kreeften – in het water leven, zijn landpissebedden helemaal aangepast aan een leven op het land. De voorouders van deze organismen zijn op een gegeven moment uit het water geklommen en op het land gaan leven. Wat bijzonder is, is dat de astronauten nu een soort hebben ontdekt die weer in het water is gaan leven. Met deze soort is het cirkeltje dus weer rond.

“De ontdekking is bijzonder, omdat de weinige in het water levende landpissebedden die wij kennen, gezien worden als primitieve vormen waaruit de moderne landpissebed is geëvolueerd,” vertelt onderzoeker Stefano Taiti. “Nu is duidelijk dat deze dieren zo geëvolueerd zijn dat ze weer in het water kunnen leven.” De vondst bevestigt de theorie dat evolutie geen eenrichtingsverkeer is.