Het gaat om een lokale opwarming van zo’n 1 tot 2 graden Celsius.

Het was jarenlang een raadsel: waarom steeg de temperatuur aan het oppervlak van de maan in december 1974 plotseling? Onderzoekers konden het maar niet verklaren. Tot nu. In het blad Journal of Geophysical Research Planets schrijven onderzoekers dat mensen de boosdoeners zijn.

Apollo 15 en 17
De temperatuurverandering werd voor het eerst opgemerkt in de jaren zeventig. Tijdens de Apollo 15- en 17-missies werd er apparatuur op de maan gezet die de temperatuur aan en net onder het oppervlak monitorde. Die apparatuur mat de temperatuur tussen 1971 en 1977. En toen wetenschappers zich over de data bogen, ontdekten ze dat de oppervlaktetemperatuur in december 1974 geleidelijk toenam. Maar de onderzoekers konden dat niet goed verklaren. Ze werden daarin namelijk gehinderd door het feit dat een groot deel van de de data die tijdens het zogenoemde Apollo Heat Flow Experiment (HFE) verzameld was, niet netjes was gearchiveerd en dus niet bestudeerd kon worden. De onderzoekers moesten het in die tijd dan ook doen met de data die in de eerste jaren (tot december 1974) van het experiment verzameld waren. En daarmee konden ze weinig.

Tijdens de Apollo 15-, 16- en 17-missies werd er niet alleen op de maan gewandeld, maar ook gereden, in een speciaal ontwikkelde maanrover. Afbeelding: NASA / David Scott.

Verloren data
Genoeg reden voor de Amerikaanse onderzoeker Seiichi Nagihara en collega’s om op jacht te gaan naar die verloren gewaande data. En met succes. Zo bleek NASA nog wat data uit 1975 op de plank te hebben liggen en bleek het Lunar and Planetary Institute nog te beschikken over logbestanden met daarin de metingen die tussen 1973 en 1977 waren gedaan.

Donkere sporen
Een analyse van de gegevens gaf meer inzicht in de oorzaken van de temperatuurverandering. Zo ontdekten de onderzoekers dat de opwarming tot in 1977 duurde. En ze stelden vast dat de opwarming het grootst was aan het oppervlak en afnam naarmate men dieper onder het oppervlak keek. Dat laatste wees erop dat de bron van de opwarming zich aan het oppervlak bevond. In een poging die bron op te sporen, pakten de onderzoekers er beelden van het maanoppervlak bij die gemaakt waren door de Lunar Reconnaissance Orbiter. Op die beelden vielen direct de donkere sporen op die astronauten nabij de Apollo-landingsplaatsen hadden achtergelaten. En die donkere sporen zijn waarschijnlijk de oorzaak van de opwarming, aldus de onderzoekers.

Absorptie
Terwijl de astronomen aan het eind van de jaren zestig en begin van de jaren zeventig over de maan liepen, schopten ze het stof weg, waardoor het onderliggende, donkerdere regoliet bloot kwam te leggen. En dat donkere materiaal absorbeert meer zonlicht dan het lichtere stof. “Wij suggereren dat de zonnewarmte die het regoliet opnam door de activiteiten van de astronauten iets steeg en dat dat resulteerde in de waargenomen opwarming,” zo schrijven de onderzoekers.

Het onderzoek heeft ook implicaties voor toekomstig onderzoek op de maan. Zo weten we nu dat je niet de meest betrouwbare warmtemetingen op de maan krijgt als je rond je instrumenten gaat lopen stampen.