Eén van de verschillen tussen planetoïden en planeten is de vorm. Planeten zijn rond, terwijl planetoïden de meest willekeurige rondingen hebben. Omdat planetoïden onregelmatig gevormd zijn, draait iedere planetoïde anders. Sterrenkundigen gaan de komende jaren het draaigedrag van planetoïden waarnemen.

Dit doen ze vanuit de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO) in Chili. “We mogen 82 nachten de telescoop gebruiken”, vertelt astronoom Dr. Stephen Lowry van de universiteit van Kent. “We verwachten dat we een groot aantal asteroïden kunnen onderzoeken in de hoop om te zien hoe het YORP-effect ze beïnvloedt.”

Het YORP-effect (Yarkovsky-O’Keefe-Radzievskii-Paddack-effect) ontstaat wanneer planetoïden lichtdeeltjes van de zon opvangen en vervolgens uitstralen als warmte. Hierbij treden er twee krachten op: de lichtdeeltjes slaan in op het oppervlak van de planetoïde (duwkracht) en er wordt warmte afgegeven (terugslag). Deze krachten zijn zo klein, dat ze bijna niet meetbaar zijn. Toch vermoeden astronomen dat het YORP-effect sterk genoeg is om klein, onregelmatige planetoïden te laten tollen.

Het is belangrijk om te weten wat het YORP-effect teweeg brengt. Door het YORP-effect worden de banen van asteroïden tussen Mars en Jupiter beïnvloedt en dan kan het gebeuren dat er eentje richting de aarde wordt gegooid. De eerste asteroïde met het YORP-effect is een kleine asteroïde met de naam 2000 PH5. Tot nu toe zijn er drie planetoïden met het YORP-effect bekend.