Astronomen hebben nieuwe stervormingsgebieden ontdekt in het Melkwegstelsel. Dankzij de ontdekking van deze gebieden leren wetenschappers meer over de structuur en de chemische samenstelling van het sterrenstelsel, waarin de zon en de aarde zich bevinden.

De nieuwe stervormingsgebieden zijn met normale telescopen niet zichtbaar. De zogenaamde H II-regio’s – gebieden waar waterstofatomen zijn geïoniseerd door de intense straling van massieve, jonge sterren – schuilen achter andere gas- en stofwolken. Astronomen gebruikten de Spitzer ruimtetelescoop om de H II-regio’s te vinden. Spitzer observeert het heelal in infrarood licht. Ook werd de Very Large Array (VLA) radiotelescoop gebruikt.

De gevonden stervormingsgebieden bevinden zich in het centrum van de Melkweg of in de spiraalarmen. De afstand tussen de gebieden en het centrum van de Melkweg is in sommige gevallen groter dan de afstand tussen de zon en het centrum van het Melkwegstelsel. Dit is interessant, want stervormingsgebieden ver buiten het centrum kunnen informatie geven over de chemische evolutie van de Melkweg.

“Er is bewijs dat de aanwezigheid van zware elementen verandert wanneer de afstand tot het galactische centrum toeneemt”, vertelt Loren Anderson van het Astrofysisch Laboratorium in Marseille (Frankrijk). “We hebben nu veel meer objecten om te bestuderen. Zo kunnen we het effect nog beter begrijpen.”