pulsar

Wetenschappers hebben een pulsar ontdekt die twee identiteiten heeft. Soms doet deze zich voor als röntgenpulsar en andere keren weer als radiopulsar. Een bijzondere ontdekking: wetenschappers vermoedden dat zulke pulsars bestonden, maar hadden ze nog nooit waargenomen.

Een pulsar is een snel roterende neutronenster. En met snel bedoelen we echt snel: de snelste pulsar maakt zo’n 43.000 omwentelingen per minuut. Astronomen vermoeden dat een pulsar die snelheden kan behalen, omdat ze deel uitmaken van een dubbelster. Ze worden dus vergezeld door een ‘gewone’ ster. Van deze ster komt gas afzetten en dat gas stroomt in de neutronenster die daardoor enorm opwarmt en pulsen röntgenstraling af gaat geven. Na ongeveer een miljard jaar is het gas van de ster die de pulsar vergezelt een eind op. Daardoor stoppen de röntgenstralingpulsen. Maar omdat de pulsar nog steeds snel draait en een sterk magnetisch veld heeft, kan deze wel radiostraling afgeven.

Overstap
Astronomen weten dus dat pulsars op een bepaald moment overstappen van röntgenstraling op radiostraling. Maar nog nooit hadden ze gezien dat een pulsar afwisselend röntgenstraling en radiostraling afgaf. “We hebben er decennia over gedaan om een object in de overgangsfase te vinden,” vertelt onderzoeker Sergio Campana.

M28
De onderzoekers deden hun ontdekking met behulp van onder meer de Swift-telescoop. Met behulp van de telescoop namen ze pulsen röntgenstraling waar. Die pulsen waren afkomstig van een bron in het cluster M28, op zo’n 18.000 lichtjaar van de aarde. ESA’s XMM-Newton-satelliet vertelde de onderzoekers vervolgens meer over de pulsar. Ze ontdekten dat deze zo’n 15.000 omwentelingen per minuut maakte en vergezeld werd door een kleine ster. Niet veel later ontdekten de onderzoekers dat de pulsar radiostraling afgaf. Om twee dagen later weer een flinke puls röntgenstraling te produceren.

Hoe ontstaat die afwisseling tussen röntgenstraling en radiostraling? De onderzoekers denken dat er met vlagen minder gas naar de pulsar stroomt. Wanneer dat het geval is, slingert het magnetisch veld van de pulsar het gas weg, waardoor het het oppervlak van de ster niet kan bereiken en dus geen röntgenstraling kan creëren. Wanneer het gebied rondom de pulsar gasvrij is, kunnen radiosignalen gemakkelijk ontsnappen en kunnen astronomen deze waarnemen.