De hete superaardes zijn door hun sterren ‘gestript’, oftewel ontdaan van hun atmosfeer. Hun bestaan wordt al lang vermoed, maar is nu dus bewezen.

Het gaat om exoplaneten die heel dicht bij hun ster staan. “Voor deze planeten is het alsof ze naast een föhn staan die op zijn heetst staat ingesteld,” vertelt onderzoeker Guy Davies. “Er is gespeculeerd dat zulke planeten van hun atmosferen ontdaan worden.” En nu is daar dus bewijs voor gevonden.

Kepler
De onderzoekers maakten voor hun studie gebruik van gegevens van ruimtetelescoop Kepler. Deze telescoop heeft al duizenden exoplaneten ontdekt door langdurig naar sterren te kijken. Wanneer de helderheid van de ster met enige regelmaat afneemt, kan dat erop wijzen dat rond de ster een planeet cirkelt.

Asteroseismologie
Een seismoloog houdt zich bezig met trillingen van de aarde (bijvoorbeeld veroorzaakt door aardbevingen). Asteroseismologie richt zich op trillingen in de ruimte, of nauwkeuriger gezegd: trillingen van sterren. Een ster is eigenlijk niets anders dan een enorme bal van hete gassen en deze vibreert. Die trillingen kunnen ons veel meer vertellen over (het binnenste van) een ster.

Gestripte exoplaneten
De onderzoekers hebben nu metingen van deze planeetovergangen gecombineerd met asteroseismologie (zie kader). Dat stelde ze in staat om accurater dan ooit vast te stellen hoeveel zonlicht exoplaneten ontvangen en hoe groot de diameter van deze exoplaneten is. En dat heeft nu dus geresulteerd in de ontdekking van een nieuwe klasse exoplaneten: de gestripte exoplaneten.

Intense straling
De atmosfeer van deze planeten wordt weggeblazen door de intense straling van hun ster. Deze ‘striptease’ vindt plaats wanneer een planeet die 2,2 tot 3,8 keer groter is dan de aarde 650 keer meer zonlicht ontvangt dan onze planeet. De dikke atmosfeer van deze planeten wordt door de straling van de zon verwarmd en de vluchtige stoffen in de atmosfeer gaan ‘koken’ en verdwijnen in de ruimte. Wat overblijft is een ‘naakte’ planetaire kern, zo schrijven de onderzoekers in het blad Nature Communications. “Onze resultaten laten zien dat planeten van een bepaalde omvang die dicht bij hun sterren staan, waarschijnlijk aan het begin van hun leven veel groter zijn geweest. Deze planeten moeten er toen heel anders uit hebben gezien,” aldus Davies.

Het onderzoek is belangrijk, omdat het meer inzicht kan geven in de evolutie van planetaire systemen. “Het bestuderen van ons eigen zonnestelsel heeft in dit geval niet geholpen,” stelt onderzoeker Mia S. Lundkvist. “We hebben zulke planeten (superaardes, red.) niet hier. De planeten Uranus en Neptunus zijn qua grootte vergelijkbaar, maar zijn heel ver van de zon verwijderd.” Waarschijnlijk gaan we in de toekomst buiten ons zonnestelsel nog heel wat gestripte superaardes ontdekken. En wel dankzij nieuwe satellieten zoals NASA’s TESS.