sterrenstelsel

Wetenschappers hebben extreem verre sterrenstelsels ontdekt. De sterrenstelsels bevinden zich op 12 miljard lichtjaar. Ondanks dat wij ze nu zien zoals ze er 1,6 miljard jaar na de oerknal uitzagen, zijn ze toch al heel volwassen. Het suggereert dat sommige sterrenstelsels in het piepjonge universum heel snel groeiden.

Onderzoekers ontdekten de sterrenstelsels toen ze zich over zeer diepe infrarood-waarnemingen bogen en zochten naar stelsels met een rode kleur. Die kleur wijst erop dat de stelsels bestaan uit heel oude sterren. Uiteindelijk leverde het onderzoek vijftien sterrenstelsels op die zich gemiddeld op 12 miljard lichtjaar van de aarde bevinden.

Lichtjaar

Een lichtjaar verwijst naar een afstand die het licht in één jaar tijd af kan leggen. Wanneer we licht van een sterrenstelsel op 12 miljard lichtjaar van de aarde waarnemen, dan is dat licht dus al 12 miljard jaar onderweg. We zien dat sterrenstelsel dan ook zoals het er kort na de oerknal – zo’n 1,6 miljard jaar – uitzag.

Groeispurt
Ondanks dat we deze sterrenstelsels zien zoals ze er kort na de oerknal uitzagen (zie kader), zien ze er toch al heel volwassen uit. Het wijst erop dat sommige sterrenstelsels kort na de oerknal heel snel groeiden. “Vandaag de dag is het universum oud en vol met dit soort sterrenstelsels, waarin nauwelijks meer nieuwe sterren worden gevormd,” stelt onderzoeker Caroline Straatman. “In het jonge heelal was dat wel anders. Veel stelsels bevonden zich toen in een fase waarin ze groeiden door uit gas veel sterren te vormen. We hadden dan ook niet verwacht zulke volwassen sterrenstelsels te vinden.”

100 miljard sterren
De stelsels zijn in optisch licht bijna niet te zien. Maar in infrarood zijn ze heel helder. Dat wijst erop dat ze ieder zo’n 100 miljard sterren bevatten. Het betekent dat ze qua massa vergelijkbaar zijn met onze Melkweg. Maar onze Melkweg vormt nog steeds nieuwe sterren, terwijl deze stelsels daar al heel vroeg mee stopten.

Het onderzoek roept heel wat vragen op. “Hoe kan het bijvoorbeeld dat deze stelsels zich zo snel hebben gevormd?” vraagt onderzoeker Ivo Labbé zich hardop af. Ook is onduidelijk waarom de stelsels geen nieuwe sterren meer vormen.