En bevestigen dat de ringen radicaal anders zijn dan die van andere planeten in ons zonnestelsel.

Eigenlijk wilden onderzoeker Edward Molter en collega’s het Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) en de Very Large Telescope (VLT) gebruiken om de temperaturen in de atmosfeer van Uranus helder te krijgen. Maar toen zagen ze opeens de ringen van de ijsreus opduiken en realiseerden ze zich dat ze op basis van deze beelden ook deze ringen konden temperaturen. De rest is geschiedenis, zo meldt het blad The Astronomical Journal.

Temperatuur
In het blad maken de wetenschappers bekend dat de ringen een temperatuur van zo’n 77 Kelvin hebben. Dat betekent dat de temperatuur van de ringen zo’n 77 graden boven het absolute nulpunt ligt, oftewel dat deze overeenkomt met de kooktemperatuur van vloeibaar stikstof. Voor wie nu nog weinig weet: de ringen hebben een temperatuur van -196 graden Celsius.


Over de ringen van Saturnus
Hoewel Uranus al in 1781 door William Herschel ontdekt werd, duurde het nog behoorlijk lang voor men ook de ringen rond de ijsreus spotte. Pas in 1977 vindt men de eerste aanwijzingen voor het bestaan van ringen rond Uranus. Dat gebeurde trouwens min of meer per ongeluk: wetenschappers wilden toekijken hoe Uranus voor de ster SAO 158687 langs bewoog en het sterlicht door de atmosfeer van de ijsreus sijpelde om meer over de samenstelling van die atmosfeer te kunnen zeggen. Maar tot hun verbazing zagen ze dat de ster kort voor en na Uranus ervoor langs bewoog ook al even aan het zicht onttrokken werd. En dat was eigenlijk alleen te verklaren door de aanwezigheid van ringen rond Uranus. In 1986 werden die ringen door ruimtesonde Voyager 2 direct waargenomen. En inmiddels weten we dat de ijsreus er maar liefst dertien heeft.

Vreemd
Wat de waarnemingen bovendien bevestigen, is dat de helderste ring die Uranus rijk is – Epsilon genoemd – sterk verschilt van de ringen die we rond andere planeten in ons zonnestelsel zien. Waar de ringen van Jupiter en Neptunus vooral uit heel kleine stofdeeltjes bestaan, is in de Epsilon-ring alleen maar puin ter grootte van golfballen en groter te vinden. En dat terwijl er tussen de ringen van Uranus wel flink wat stof te vinden is. “We weten al langer dat de Epsilon-ring een beetje raar is, omdat er geen klein spul in terug te vinden is,” stelt onderzoeker Edward Molter. “Iets heeft het kleinere spul eruit gehaald of het is allemaal samengeklonterd. We weten het gewoon niet.”

Ook onduidelijk is hoe de ringen van Uranus zijn ontstaan. Zijn het brokstukken van planetoïden die door Uranus’ zwaartekracht zijn ingevangen en vervolgens op elkaar zijn geklapt en uiteen zijn gevallen? Of zijn het resten van maantjes die uit elkaar zijn getrokken toen ze te dicht bij Uranus in de buurt zijn gekomen? Of gaat het om overgebleven bouwmaterialen die nog stammen uit de tijd waarin Uranus het levenslicht zag? Molter hoopt dat deze en nieuwe waarnemingen uiteindelijk ook dat mysterie kunnen oplossen. “Het brengt ons een stap dichter bij het begrijpen van de samenstelling van de ringen en kan helpen om te achterhalen of alle ringen uit hetzelfde bronmateriaal ontstaan zijn of dat elke ring weer een andere oorsprong heeft.”

Hup, naar Uranus!
Niet alleen de ringen van Uranus zijn bijzonder. Uranus zelf is dat ook. Zo ligt de planeet op zijn zij: de denkbeeldige as waar de planeet omheen cirkelt ligt vrijwel op het omloopvlak van de planeet. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een botsing met een object dat minimaal twee keer zwaarder was dan de aarde. Verder heeft recent onderzoek aangetoond dat het waarschijnlijk vreselijk stinkt op Uranus: het bovenste deel van de atmosfeer ruikt naar rottende eieren. Hoewel we de laatste jaren best wel het één en ander over de ijsreus te weten zijn gekomen, zijn er ook nog veel dingen die we niet weten. Vandaar dat verschillende onderzoekers er ook voor pleiten om Uranus – of broertje Neptunus – spoedig met een bezoekje te vereren. Zowel de Europese als Amerikaanse ruimtevaartorganisatie zouden dat momenteel overwegen.