De lichtbronnen lijken in rook te zijn opgegaan. Maar dat is natuurlijk onmogelijk. Dus: wat is hier aan de hand?

Daar kunnen we heel kort over zijn: astronomen weten het ook niet. In hun paper, vorige maand verschenen in het blad The Astronomical Journal, komen de onderzoekers naast de aankondiging van hun ontdekking dat onze Melkweg zeker 100 lichtbronnen armer is, niet veel verder dan giswerk als het gaat om een mogelijke verklaring voor deze mysterieuze verdwijning.

Het onderzoek
De onderzoekers bogen zich over de US Naval Observatory Catalogue (kortweg USNO): een militaire database uit de jaren vijftig van de vorige eeuw met daarin 600 miljoen objecten die aan de hemel zijn waargenomen. Vervolgens legden ze deze database naast de recent vrijgegeven database van Panoramic Survey Telescope and Rapid Response System (kortweg Pan-STARRS). Na een grondige analyse ontdekten ze dat in de militaire database ongeveer 100 lichtbronnen te vinden zijn die de zeer gevoelige Pan-STARRS-telescopen niet zien.


En dat is opmerkelijk. Het lijkt wel of deze lichtbronnen in rook zijn opgegaan. Geen wonder dat astronomen opgewonden zijn. “Het ontdekken van een ster die daadwerkelijk verdwijnt – of een ster die vanuit het niets verschijnt – zou een kostbare ontdekking zijn en zou zeker leiden tot nieuwe astrofysische inzichten die verder gaan dan wat we vandaag de dag weten,” aldus onderzoeker Beatriz Villaroel.

Verdwijning
Overigens is in dit stadium nog lang niet bewezen dat we hier te maken hebben met ‘verdwenen sterren’. “Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen iets wat fysiek verdwijnt (bijvoorbeeld een ster die opeens weg is) en iets wat observationeel verdwijnt (iets wat je eerst wel zag en nu niet meer ziet),” legt Villaroel aan Scientias.nl uit. “De 100 objecten die wij presenteren, behoren tot de laatste categorie. En het is ook nog niet bewezen dat het sterren zijn. Het is waarschijnlijker dat het kortdurende fenomenen zijn die zichtbaar waren tijdens de minuten waarin de oude beelden zijn gemaakt. Je ziet de lichtbronnen namelijk duidelijk op veel van de beelden die in de jaren vijftig zijn gemaakt en later zijn ze nergens te bekennen.”

Opvlammen
Maar wat voor natuurlijke fenomenen zouden ertoe kunnen leiden dat een lichtpuntje pak ‘m beet zes of zeven decennia geleden wel en nu niet te zien is? Er zijn verschillende mogelijkheden, zo legt Villaroel uit. Zo kan een rode dwergster bijvoorbeeld opvlammen, waardoor deze kortdurend helderder wordt en opeens wél – en even later niet meer – te zien is. Ook het nagloeien van de nog altijd mysterieuze gammaflitsen kan kortdurend resulteren in een lichtbron aan de hemel. En dan is er altijd nog de mogelijkheid – hoewel onaannemelijk met het oog op het grote aantal verdwenen lichtbronnen en de grondige analyse die aan de ontdekking ervan ten grondslag ligt – dat het allemaal observationele foutjes zijn en de lichtbronnen in beginsel al nooit hebben bestaan.


Wat verder ook nog zou kunnen, is dat het om sterren gaat die zich niet alleen aan ons gezichtsveld hebben onttrokken, maar die ook fysiek verdwenen zijn. Het zou namelijk kunnen gaan om – in dit stadium nog altijd theoretische – mislukte supernova’s: sterren die – zonder een zichtbare explosie – ineenstorten en een zwart gat vormen.

Aliens
En als laatste is er natuurlijk altijd de mogelijkheid dat dit geen natuurlijke fenomenen zijn, maar er aliens bij betrokken zijn. Mogelijk hebben we door hen losgelaten interstellaire laserstralen gespot, waarmee zij contact proberen te leggen. Of we hebben te maken met zeer geavanceerde aliens die een zogenoemde Dyson-bol hebben gemaakt. Dit is een (hypothetisch) enorm bouwwerk rond een ster, waarmee de energie van die ster kan worden opgevangen. Zo’n bouwwerk zou het licht van de ster bij tijd en wijle behoorlijk kunnen tegenhouden, waardoor deze soms ondetecteerbaar is voor onze huidige instrumenten. Hoe intrigerend die laatste gedachte ook is; Villaroel ziet het niet als de meest voor de hand liggende verklaring. “Wij denken dat deze 100 kortstondige signalen waarschijnlijk natuurlijke fenomenen zijn.”

Het onderzoek roept welbeschouwd meer vragen op dan het beantwoordt. En dus is er werk aan de winkel voor de astronomen. Villaroel hoeft dan ook niet lang na te denken als we haar vragen wat ze nu nodig heeft om dit hele mysterie op te helderen. “Observatietijd. We moeten bijvoorbeeld uitzoeken of er op de plek van de kortstondige lichtbronnen lichtzwakke rode dwergsterren te vinden zijn.”