Telescopen op aarde en in de ruimte moeten gekalibreerd worden om sterren, nevels en sterrenstelsels goed te zien. Astronoom Justin Albert van de universiteit van Victoria heeft een perfecte oplossing om dit te doen: een gloeilamp lanceren. Hierdoor is het makkelijker om telescopen bij te stellen, omdat astronomen precies weten hoeveel licht deze lamp geeft.

Stel, wetenschappers lanceren een gloeilamp van 25 watt, dan is deze lamp ongeveer even helder als een ster van de twaalfde magnitude. Dit betekent dat de gloeilamp vanaf de aarde niet met het blote oog te zien is (mensen kunnen doorgaans sterren met een maximale magnitude van 6 zien), maar telescopen zijn wel in staat om de ‘nieuwe ster’ te vinden.

Absorberen
Wanneer een telescoop de gloeilamp tijdelijk moeilijk kan vinden – bijvoorbeeld omdat de schijnbare helderheid van de lamp is afgenomen – dan heeft dit waarschijnlijk te maken met de atmosfeer van de aarde. Als de atmosfeer meer licht absorbeert, dan is voor wetenschappers lastiger om het object te vinden. Het ligt in ieder geval niet aan de lamp (deze heeft een stabiele helderheid) en ook niet aan de telescoop (de apparatuur blijft hetzelfde).

Laserapparaat
Er is nog een tweede mogelijkheid: een laserapparaat lanceren. Het nadeel van dit apparaat is dat de laserstraal slechts naar één telescoop tegelijkertijd verzonden kan worden. Een gloeilamp is vanaf meerdere locaties zichtbaar.

LED-lamp?
Overigens hoeft het geen gloeilamp te zijn, maar kan het ook een LED-lamp zijn. Belangrijk is dat de lamp vele jaren functioneert. Het is immers een duur grapje om iemand naar boven te sturen om het peertje te wisselen.