Atheïsme een modern, westers verschijnsel? Welnee, zo stelt een nieuw onderzoek. Sterker nog: het atheïsme heeft in oude beschavingen waarschijnlijk beter gedijd dan tegenwoordig.

Dat schrijft onderzoeker Tim Whitmarsh. “We zijn geneigd om atheïsme te zien als een idee dat recent in seculiere westerse samenlevingen is opgedoken.” Maar dat is onterecht. Atheïsme is van alle tijden.

Xenophanes
Whitmarsh haalt in zijn onderzoek onder meer de geschriften van Xenophanes (570-475 voor Christus) aan. De geschriften – ouder dan het Christendom en de Islam – zijn atheïstisch van aard. En ook Plato schreef in de vierde eeuw voor Christus dat ongelovige tijdgenoten niet de eersten waren die zo over de goden dachten.

Universele bezwaren
Tegenwoordig is het niet ongebruikelijk dat atheïsten het geloof op basis van wetenschappelijke inzichten verwerpen. De atheïsten uit vroeger tijden hadden die inzichten nog niet. “Deze vroege atheïsten maakten bezwaren – die universeel lijken te zijn – tegen het paradoxale karakter van religie; het feit dat religie van je verlangt dat je dingen die je niet ziet, accepteert. Het feit dat dit duizenden jaren geleden al gebeurde, suggereert dat vormen van ongeloof in alle culturen voor kunnen komen en er waarschijnlijk ook altijd zijn geweest.”

“Gelovigen praten over atheïsme alsof het een ziektebeeld is dat bij een bepaalde fase in de moderne westerse cultuur hoort en wel over zal gaan”

Geaccepteerd
Overigens was atheïsme bijvoorbeeld in het oude Griekenland misschien nog wel meer geaccepteerd dan het vandaag de dag in sommige gebieden is. Whitmarsh wijst erop dat Griekenland tussen 650 en 323 voor Christus zo’n 1200 stadsstaten telde die elk hun eigen gewoontes, tradities en overheden hadden. Ook de kijk op religie en goden verschilde van stad tot stad en er was geen religieuze orthodoxie. “Het idee van een priester die je vertelde wat je moest doen, was in de ogen van de Grieken heel vreemd. Hoewel sommige mensen atheïsme afkeurden, werd het in die tijd en dat gebied zelden als verkeerd gezien. Het was gewoon één van de vele zienswijzen. Het oude atheïsme kwam ten einde toen de Griekse godsdienst met vele goden werd ingeruild voor het monotheïsme dat eiste dat maar één god werd aangehangen. Later werd godsdienst (het christendom) ook gebruikt om een verenigd rijk (het Romeinse rijk) te handhaven en was er helemaal geen ruimte meer voor andere overtuigingen.

Overeenkomsten
Atheïsme is dus van alle tijden. En hoewel het verschillende vormen kent, zijn er toch wel overeenkomsten tussen het atheïsme van honderden jaren geleden en nu. Zo stelden de atheïsten van toen net zulke vragen als de atheïsten van nu. Ze worstelden met het kwaad, predestinatie en in religieuze geschriften beschreven wonderen.

Het onderzoek vertelt ons ook iets over de toekomst van atheïsme. “Gelovigen praten over atheïsme alsof het een ziektebeeld is dat bij een bepaalde fase in de moderne westerse cultuur hoort en wel over zal gaan,” stelt Whitmarsh die naar aanleiding van zijn onderzoek het boek ‘Battling the Gods’ schreef. “Maar mensen hebben in de oudheid duidelijk altijd al zo gedacht.”