Vreemd genoeg gedraagt het röntgenpoollicht op de zuidpool van Jupiter zich anders dan het röntgenpoollicht op de noordpool van de planeet. Dit blijkt uit onderzoek van ESA’s XMM-Newton en NASA’s Chandra-röntgenobservatorium.

De emissies op de zuidpool pulseren iedere elf minuten. En dat terwijl de emissies op de noordpool veel onregelmatiger pulseren. Op aarde gedraagt röntgenpoollicht zich op beide polen ongeveer gelijk. Op andere grote planeten – zoals op Saturnus – is er geen röntgenpoollicht te zien. Er is wel poollicht, maar niet in dit spectrum.

Het is niet bekend waarom de geladen deeltjes op de noordpool op een andere snelheid langs de magnetische veldlijnen stuiteren. “We hadden dit zeker niet verwacht, omdat we dachten dat de activiteit gestuurd zou worden door het magnetische veld van de planeet”, zegt hoofdonderzoeker William Dunn van het Harvard-Smithsonian Centrum voor Astrofysica.

Het is van belang dat wetenschappers begrijpen waarom het röntgenpoollicht op de noordpool zich anders gedraagt dan op de zuidpool. “Dan leren we ook meer over andere hemellichamen, zoals bruine dwergen, exoplaneten en misschien zelfs neutronensterren”, zegt Dunn. Zo draait het ruimtevaartuig Juno momenteel op de reuzenplaneet. Deze ruimtesonde heeft geen röntgeninstrument, maar dat is geen ramp. Nu vergelijken wetenschappers observaties in andere spectra met de röntgenobservaties door andere sondes, zoals XMM-Newton en Chandra. Zo kunnen modellen fijngeslepen worden.

Het paper over het onderzoek is te lezen in het wetenschappelijke vakblad Nature.