Australische rangers hadden vorige week geluk: ze spotten een molletje dat zich maar één keer in de vijf tot tien jaar laat zien..en filmden het!

De rangers waren in het westen van Australië op pad toen een kleine buidelmol (Notoryctes caurinus) plots de weg overstak. Direct hadden de rangers in de gaten dat ze met een bijzonder dier te maken hadden. Eén van de rangers herinnerde zich het beestje heel wat jaren geleden eens te hebben gezien en sommige rangers moesten bekennen het molletje nog nooit te hebben gezien.

Dat is ook niet zo gek. Naar schatting laat het molletje zich maar één keer in de vijf tot tien jaar aan mensen zien. Het beestje brengt het grootste deel van zijn leven namelijk onder de grond door, in de tamelijk uitgestrekte woestijn in het westen van Australië. Slechts zo heel af en toe komt het molletje bovengronds, meestal na regen.

De kleine buidelmol. Afbeelding: Tjamu Tjamu Aboriginal Corporation - Kiwirrkurra.

De kleine buidelmol. Afbeelding: Tjamu Tjamu Aboriginal Corporation – Kiwirrkurra.

Omdat het molletje zich zo weinig laat zien, weten we er ook heel weinig van af. In 1998 slaagden onderzoekers erin om een N. caurinus te vangen en enige tijd te bestuderen. Het onderzoek toonde onder meer aan dat het diertje een ongebruikelijke stofwisseling heeft. Onduidelijk is hoeveel van deze mollen er in totaal in het westen van Australië leven en of ze bedreigd worden of niet. Mogelijke bedreigingen zijn klimaatverandering, roofdieren (dingo’s, bijvoorbeeld) en veranderingen in het leefgebied doordat kamelen en vee de boel vertrappelen.

De molletjes zijn van kop tot kont tussen de 9 en 18 centimeter groot. Ze hebben een spitse snuit die ze gebruiken om hun holletje te graven. De molletjes zijn blind. Aan het eind van het jaar (waarschijnlijk in november) zetten ze jongen op de wereld die direct na de geboorte in de buidel kruipen.