Dat suggereert een onderzoek onder meer dan 433.000 Britten.

Eerder onderzoek heeft al uitgewezen dat latere chronotypes (oftewel: avondmensen) die vaak ook later naar bed gaan, een verhoogde kans hebben op ziektes, zoals hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld. Maar in een nieuw onderzoek gaan wetenschappers nog een stap verder. Ze suggereren – op basis van een omvangrijke dataset – dat mensen die ’s avonds het best gedijen ook 10% meer kans hebben om vroegtijdig te sterven.

UK Biobank
De onderzoekers lieten zich daarbij leiden door gegevens van de UK Biobank, een grootschalig onderzoek onder honderdduizenden Britten die enkele jaren op rij gevolgd werden. Voor deze studie maakten de onderzoekers gebruik van de data van meer dan 433.000 Britten die op het moment dat de UK Biobank van start ging, tussen de 38 en 73 jaar oud waren. Deze mensen hadden verschillende vragenlijsten ingevuld, waarin ze onder meer gevraagd werd of zij ochtend- of avondmensen waren, hoeveel uren ze gemiddeld per nacht sliepen en aan welke ziektes ze leden. Gemiddeld werd er zo’n 6,5 jaar nadat deze mensen de vragenlijst invulden opnieuw gekeken hoe het met hen ging. Van de 433.268 mensen die de onderzoekers bestudeerden, waren er in die periode zo’n 10.534 overleden. De doodsoorzaken waren ook in de UK Biobank opgenomen.

Resultaten
Een analyse van de gegevens wees uit dat ochtendmensen de kleinste kans hebben om vroegtijdig te overlijden. Avondmensen bleken de grootste kans te hebben: zij hadden een 10% grotere kans om vroegtijdig te overlijden dan ochtendmensen. Daarbij was overigens al rekening gehouden met andere factoren die van invloed kunnen zijn op de sterftekans, zoals leeftijd, geslacht, BMI, sociaal-economische status en rookgedrag. Verder wees het onderzoek ook uit dat avondmensen in vergelijking met ochtendmensen een sterk verhoogde kans hebben op diabetes, psychologische stoornissen en luchtwegaandoeningen.

Grote vraag is natuurlijk waarom avondmensen een grotere kans hebben om ziek te worden en vroegtijdig te sterven. Daar doen de onderzoekers geen harde uitspraken over. Ze vermoeden echter dat het te maken heeft met een sociale jetlag: het ritme van avondmensen is heel anders dan dat van de maatschappij, dat verwacht dat mensen ’s ochtends vroeg weer op hun werk komen opdraven. “De resultaten suggereren dat het nodig is om mogelijke interventies te onderzoeken, die erop gericht zijn om óf het circadiaan ritme van individuen aan te passen óf avondmensen meer flexibiliteit te bieden als het gaat om hun werkuren.”