zwijn

Tijdens de industriële revolutie werden Aziatische varkens naar Europa gehaald om de lokale rassen te verbeteren. Onderzoek toont nu aan dat veel Europese varkens Aziatische genen bezitten. En deze genen zijn ook in het wild te vinden.

De oorsprong van het wilde zwijn (Sus scrofa) ligt ongeveer drie tot zes miljoen jaar geleden ligt in Zuidoost-Azië. Hier ontwikkelden zich ook andere soorten in het genus Sus, zoals het Visayawrattenzwijn (S. cebifrons), het baardzwijn (S. barbatus) en het Celebeswrattenzwijn (S. celebensis). Het wilde zwijn verspreidde zich vervolgens over het vasteland vanuit Azië naar Europa. Ongeveer 10.000 jaar geleden werden wilde zwijnen onafhankelijk gedomesticeerd in Europa en Azië. Hierna groeide de varkensindustrie wat aanleiding gaf tot de ontwikkeling van diverse rassen. Tijdens de industriële revolutie in de 18de en vroege 19de eeuw werden rassen uit Azië geïmporteerd om bepaalde kenmerken van de Europese varkens te verbeteren.

Samen met enkele collega’s nam Mirte Bosse (Wageningen Universiteit) het volledige genoom van enkele Europese varkens onder de loep en ze ontdekte verschillende genen die afkomstig zijn van Aziatische rassen. De meeste genen zijn geassocieerd met vleeskwaliteit, embryonale ontwikkeling en voortplanting. Het AHR locus heeft bijvoorbeeld een positief effect op het reproductieve succes van de zeugen. Waarschijnlijk is een toename in worpgrootte bij Europese varkensrassen te wijten aan het verkrijgen van dit gen door kruising met Aziatische rassen.

Gedomesticeerde varkens blijken ook te kruisen met hun wilde soortgenoten in het noordwesten van Europa. Daniël Goedbloed (Wageningen Universiteit) toonde met enkele collega’s aan dat ook hier genen worden uitgewisseld. Met behulp van genetische data kon hij aantonen dat er in het wild heel wat kruisingen (zogenaamde hybriden) en zelfs teruggekruiste individuen rondlopen. Hierdoor worden genen voor een grotere worpgrootte mogelijk in het wild geïntroduceerd. Dit zou de recente toename in populatiegrootte bij wilde zwijnen kunnen verklaren.

Jente Ottenburghs (1988) heeft sinds zijn Master Evolutie en Gedragsbiologie aan de Universiteit van Antwerpen een brede interesse voor evolutionaire biologie. Sinds mei 2012 werkt hij als PhD-student bij de Resource Ecology Group aan de Universiteit van Wageningen. Meer informatie over zijn onderzoek vindt u hier. En neem ook eens een kijkje op zijn blog waarop – hoe kan het ook anders – de evolutie eveneens centraal staat.