Wetenschappers achterhalen hoeveel ijs er tussen 2003 en 2010 is gesmolten. Het onderzoek levert opvallende resultaten op.

Zo blijken de Aziatische gletsjers veel trager dan gedacht te smelten. De onderzoekers maakten voor hun studie gebruik van GRACE. Deze satellieten bestuderen het zwaartekrachtveld van de aarde. Dit veld wordt beïnvloed door de verdeling van massa (onder meer ijs) op aarde. De satellieten kunnen ons dus ook veel vertellen over smeltend ijs (verschuiving van massa).

IJs
De onderzoekers stelden met behulp van GRACE vast hoeveel ijs er tussen 2003 en 2010 smolt. Op Groenland, Antarctica en andere gletsjers op aarde ging in die periode in totaal 4,3 biljoen ton ijs verloren. Dat resulteerde in een stijging van de zeespiegel: deze steeg 12 millimeter.

WIST U DAT…

…het smeltende ijs aan veel jonge zadelrobpups het leven kost?

Kwart
Slechts een kwart van het smeltende ijs kwam van gletsjers en ijskappen buiten Groenland en Antarctica. Groenland en Antarctica waren samen verantwoordelijk voor ongeveer 385 miljard ton smeltend ijs per jaar. Het onderzoek leverde ook nog één opvallende meevaller op. De gletsjers in Aziatische hooggebergtes zoals de Himalaya verliezen jaarlijks slechts vier miljard ton ijs. Dat is veel minder dan eerdere schattingen van vijftig miljard ton ijs. De onderzoekers denken de inschattingsfout wel te kunnen verklaren. Wetenschappers zouden zich baseren op het verlies van ijs op kleinere hoogtes. Daar smelt het ijs aanzienlijk sneller dan op grotere hoogte waar het veel kouder is.

Het meest opvallende resultaat is toch wel dat kleine gletsjers en ijskappen buiten Groenland en Antarctica (denk aan Alaska, de Himalaya’s, enzovoort) slechts een beperkte bijdrage leveren aan het stijgen van de zeespiegel. Dij bijdrage is nog veel kleiner dan gedacht: slechts 0,5 millimeter per jaar. Dat lijkt goed nieuws, maar schijn bedriegt. “Hoewel dit minder is dan vorige schattingen bevestigt het wel dat ijs wereldwijd verloren gaat en dat slechts enkele gebieden in balans zijn,” zo vertelt onderzoeker Tom Wagner in een persbericht.