weddellzeehond

Wetenschappers hebben ontdekt dat het brein van weddellzeehonden op het moment dat ze geboren worden al ongeveer zeventig procent van het volwassen zeehondenbrein uitmaakt. En daarmee beschikken deze baby’s over het best ontwikkelde brein van alle baby-zoogdieren. Maar dat ontwikkelde brein heeft wel een hoge prijs…

De onderzoekers bestudeerden de hersenmassa van twaalf weddellzeehonden. Het ging om tien pasgeboren zeehondjes en twee volwassen vrouwtjes. Gemiddeld bleek het brein van de baby’s al voor 69 procent volgroeid te zijn. En toen de onderzoekers er ook gegevens uit eerdere studies bij pakten, bleek dat percentage de 70 procent zelfs te overstijgen. En dat is een absoluut record onder pasgeboren zoogdieren. Ter vergelijking: de hersenmassa van een mensenbaby is slechts 25 procent van de hersenmassa van een volwassene.

Maar waar hebben de baby-zeehonden zo’n groot brein nu precies voor nodig? Nou, ten eerste om zich goed te kunnen oriënteren onder water. Daarnaast duiken de baby-zeehonden als ze nog geen drie weken oud zijn al onder het ijs. Een gevaarlijke onderneming: de zeehonden kunnen gemakkelijk verdrinken als ze er niet in slagen om de uitgang weer te vinden. De meeste waterdieren zullen dan ook niet op jonge leeftijd reeds onder het ijs gaan duiken, maar de weddellzeehonden moeten wel: al na veertig tot vijftig dagen laat hun moeder ze aan hun lot over en moeten ze zichzelf zien te redden.

De weddellzeehonden hebben als baby’s dus een groot brein en hebben dat brein ook meer dan nodig. Maar zo’n groot brein komt met een prijs, zo stellen de onderzoekers. Het brein verbruikt veel energie. De onderzoekers schatten dat een pasgeboren weddellzeehond (van zo’n dertig kilo) ongeveer dertig tot vijftig gram glucose per dag verbruikt. Het brein slokt zo’n 28 gram op. Die energie moet geleverd worden door hun moeder. Onderzoek wijst erop dat moeders hun jongen van zo’n 39 gram glucose per dag voorzien. En dat heeft gevolgen voor de moeders: zij verliezen in een rap tempo massa. Ze offeren hun eigen lichaamsweefsels op om hun jongen met hun grote hersenen van energie te voorzien.