Blijkbaar leefden er niet alleen meerdere dinosaurussoorten in dit extreme gebied; ze nestelden er ook!

In de afgelopen decennia hebben onderzoekers zich al verbaasd over het brede scala aan dinosaurussen dat in het Arctisch gebied voorkwam. Blijkbaar waren de reptielen in staat om de lage temperaturen en de vier maanden durende poolnacht te trotseren. Maar nu weten de dinosaurussen ons opnieuw te verrassen; nieuw onderzoek wijst uit dat ze niet alleen in het Arctisch gebied wisten te overleven, maar zich er blijkbaar ook zo comfortabel voelden dat ze er nestelden en zich voortplantten.

Babydinosaurussen
Dat schrijven onderzoekers in het blad Current Biology. Ze baseren zich op de ontdekking van resten van babydinosaurussen hoog in het Arctisch gebied, in wat nu het noorden van Alaska is.

Enkele botjes en tanden van babydinosaurussen, ontdekt in het noorden van Alaska. De resten rusten op een penny met een diameter van net geen twee centimeter. Afbeelding: Patrick Druckenmiller.

In dat gebied hebben de onderzoekers in de afgelopen jaren de resten van honderden babydinosaurussen ontdekt, waaronder tandjes van exemplaren die nog in het ei zaten of er nog maar net uit waren gekropen. Het gaat om jongen van grote en kleine plantenetende dinosaurussen behorende tot de Hadrosauridae (eendensnaveldinosaurussen) en Ceratopia (gehoornde dinosaurussen). Maar ook vleeseters, zoals tyrannosaurussen. “Nog niet zolang geleden was het een verrassing dat we op zulke hoge breedte en in zulke extreme omgevingen dinosaurussen terugvonden,” vertelt onderzoeker Patrick Druckenmiller. “Dat we nu ontdekt hebben dat de meeste – zo niet alle – soorten zich ook in het Arctisch gebied voortplantten, is echt opmerkelijk.”

Eerder zijn al wel aanwijzingen gevonden dat één of twee dinosaurussoorten zich op het randje van de poolcirkels voortplantten. Maar het was allesbehalve vanzelfsprekend dat de reptielen dat ook op veel hogere breedte deden. “Het klimaat (de lage temperaturen en de vier maanden durende poolnacht) had net zo goed zo nadelig kunnen zijn dat de dinosaurussen zich niet eens konden voortplanten,” vertelt Druckenmiller aan Scientias.nl. Maar de nieuwe studie schetst dus een heel ander beeld. In het onderzoek tonen Druckenmiller en collega’s aan dat zeker zeven dinosaurussoorten zich in het onderzochte gebied – dat de 85e breedtegraad nog net aantikt – voortplantten.

Aanpassingen
Het wijst er sterk op dat de meeste dinosaurussen hier niet zomaar wat tijd spendeerden, maar er jaarrond te vinden waren. Ze leefden er in polaire bossen, een verschijnsel dat we vandaag de dag niet meer kennen. “Het Arctisch gebied had open bossen met breedbladige bomen en coniferen die allemaal bladverliezend waren en hun naalden en bladeren dus elke winter kwijtraakten. Daaronder groeiden varens en paardenstaarten.” ‘s Winters daalden de temperaturen onder het vriespunt en lag er waarschijnlijk ook sneeuw. En de zon kwam ook in die tijd maandenlang niet boven de horizon. Het leven kan er dan ook niet gemakkelijk zijn geweest, maar blijkbaar pasten de dinosaurussen zich toch aan. Mogelijk pakten ze het net zo aan als sommige moderne organismen vandaag de dag en legden ze ‘s zomers een vetlaag aan waar ze ‘s winters op konden teren. “Plantenetende dinosaurussen kunnen iets vergelijkbaars hebben gedaan,” bevestigt Druckenmiller. “En sommige dinosaurussen – met name de vleeseters – hadden vrijwel zeker veren die hen beschermden tegen de winterse kou.”

Warmbloedig
Daarnaast wijzen de vondsten er sterk op dat dinosaurussen warmbloedig waren. “We denken dat endothermie – waarbij organismen hun eigen lichaamswarmte genereren – belangrijk was om in deze uitdagende omgeving te kunnen overleven,” vertelt Druckenmiller. Dat wordt onderschreven door het feit dat in het gebied tot op heden geen koudbloedige landdieren zijn teruggevonden. “Koudbloedige landdieren zoals amfibieën, hagedissen en krokodilachtigen hebben we nog niet gevonden. We hebben enkel warmbloedige vogels en zoogdieren teruggevonden – en dus dinosaurussen. Ik denk dat dat wel één van de meest overtuigende aanwijzingen is dat dinosaurussen warmbloedig waren.”

Migratie
Zoals gezegd is eerder al aangetoond dat dinosaurussen in het Arctisch gebied voorkwamen. En nu is er dus bewijs dat ze er ook nestelden. De onderzoekers stellen op basis daarvan dat de meeste dinosaurussen het jaarrond in dit gebied te vinden waren. Migratie – waarbij de dinosaurussen de winter elders doorbrachten en terugkeerden naar het Arctisch gebied om zich voort te planten – wordt uitgesloten. “Het draait allemaal om energie,” stelt Druckenmiller. “Het kostte de dinosaurussen waarschijnlijk minder energie om zich aan te passen en het jaarrond in het Arctisch gebied te vertoeven dan om lange reizen van en naar dit uitdagende gebied te maken. De afstand die ze moesten afleggen om de winter in significant warmere en voedselrijke gebieden door te brengen was waarschijnlijk in de orde van duizenden kilometers per jaar. Blijven waar je bent en de winter uitzitten was misschien niet zo plezierig, maar de dinosaurussen pasten zich aan.” De aanpassingen gingen zo ver dat de dinosaurussen evolueerden tot nieuwe soorten. “Tot op heden kwamen alle dinosaurussoorten waarvan we in het noorden van Alaska voldoende materiaal hebben teruggevonden om ze te kunnen beschrijven, ook enkel in het noorden van Alaska voor. We denken dat de Arctische soorten deel uitmaakten van een gemeenschap van dinosaurussen die op hoge breedte leefden en zich duidelijk onderscheidden van nauwverwante soorten die in Noord-Amerika, op lagere breedtes, leefden.”

Het onderzoek maakt duidelijk dat dinosaurussen niet voor één gat te vangen waren. “Dinosaurussen verlieten het Arctisch gebied niet zodra de winter inviel; ze pasten zich aan – gingen zich er voortplanten – en gedijden in het Arctisch gebied. Het is een soort natuurlijk experiment waarin de grenzen van de dinosaurussen werden opgezocht. Dit waren de meest noordelijke dinosaurussen op de planeet en toch slaagden ze erin om zich aan de extreme omstandigheden aan te passen.”