meisje

Tyfonen zoals het exemplaar dat recent over de Filipijnen joeg, zijn bijzonder slecht nieuws voor jonge meisjes. Hun sterftekansen zijn tot 24 maanden nadat een tyfoon overkomt, enorm verhoogd. Dat blijkt uit onderzoek.

Onderzoekers van de Universiteit van California Berkeley bestudeerden de nasleep van tyfonen die de afgelopen 25 jaar over de Filipijnen joegen. Ze ontdekten dat elk jaar door toedoen van een tyfoon gemiddeld 740 doden vallen. Maar de nasleep van deze tyfonen moeten we ook niet onderschatten: de sterfte onder babymeisjes lag namelijk nog eens vijftien keer hoger dan dat. Sterker nog: zo’n dertien procent van alle kinderen die jaarlijks in de Filipijnen overlijden, betreft indirecte slachtoffers van een tyfoon.

Oudere zussen en broers
De kans dat een babymeisje na een tyfoon sterft, is twee keer groter wanneer ze oudere zussen heeft. Heeft ze oudere broers, dan verdubbelt die sterftekans opnieuw. Het suggereert dat de sterftekans van babymeisjes sterk bepaald wordt door competitie onder broers en/of zussen om basale levensbehoeften. Waarschijnlijk heeft dat alles te maken met de financiële consequenties van een tyfoon: gezinnen hebben minder te besteden en bezuinigen op gezondheidszorg, gezond voedsel en educatie. “We denken dat economische factoren een sleutelrol spelen, omdat ongeveer de helft van de babymeisjes die na de tyfoon sterven, nog niet geboren of zelfs verwekt was toen de storm toesloeg.”

Economisch verlies (blauw) en het verlies van mensenlevens (oranje) in het jaar van de tyfoon (links) en het jaar erna (rechts). Afbeelding: University of California, Berkeley.

Economisch verlies (blauw) en het verlies van mensenlevens (oranje) in het jaar van de tyfoon (links) en het jaar erna (rechts). Afbeelding: University of California, Berkeley.

Babyjongens
Opvallend genoeg bleek de sterftekans van babyjongetjes niet te pieken na een tyfoon. De sterftekans van babymeisjes deed dat wel en nog lang ook: zelfs twee jaar na de tyfoon hadden zij nog een verhoogde sterftekans. De onderzoekers speculeren dat dat komt doordat ouders – waarschijnlijk onbewust – ander voedsel en andere zorg bieden aan babymeisjes dan aan babyjongetjes. “Het lijkt onwaarschijnlijk dat gezinnen waarin een meisje sterft, deze kinderen bewust toestaat om te sterven. Het is plausibeler dat ouders denken dat hun pasgeborene beter met verwaarlozing om kan gaan en dat het beperktere schade op zal leveren dan in werkelijkheid het geval is. Helaas blijkt die aanname in het geval van een klein aantal gezinnen niet te kloppen.”

De resultaten zijn triest. Zeker als u bedenkt dat de Filipijnen met grote regelmaat door tyfonen getroffen worden en dat gezinnen elke keer moeten inleveren. Misschien juist wel doordat de tyfonen zo vaak toeslaan, lijken de meeste gezinnen zich bij dat noodlot te hebben neergelegd: ze sparen niet om eventuele klappen op te vangen en lenen ook zelden geld uit speciale fondsen bedoeld om het land weer op de rit te krijgen. In plaats daarvan gaan ze na een tyfoon bezuinigen: er wordt 25 procent minder besteedt aan medicijnen en onderwijs en 30 procent minder aan voedzame producten als vlees, zuivel en fruit.