moederbaby

Bijna alle moeders van jonge kinderen gebruiken het: babypraat. En eigenlijk mag het een wonder heten dat kinderen op basis van die babypraat leren praten: het is namelijk lastiger te verstaan dan gedacht, zo blijkt uit onderzoek.

Tegen baby’s en peuters praten we anders dan tegen volwassenen. We gebruiken vaak verkleinwoordjes, zetten een zangerige stem op en praten langzamer. Allemaal vanuit de verwachting dat onze baby of peuter het dan beter begrijpt. Maar is dat wel zo? Nieuw onderzoek suggereert van niet. Wanneer we tegen een baby praten, zijn we juist slechter te verstaan dan wanneer we tegen een volwassene praten. Dat schrijven onderzoekers in het blad Psychological Science.

Japan
De onderzoekers trekken die conclusie nadat ze 22 Japanse moeders lieten praten tegen hun kind (tussen de achttien en 24 maanden oud) en tegen een onderzoeker. Vervolgens analyseerden ze die gesprekken. Ze keken met name hoe duidelijk de woorden van de moeders waren. Bijvoorbeeld door te kijken hoe goed klanken die op elkaar leken – pa en ba of po en bo – in de verschillende gesprekken van elkaar te onderscheiden waren.

Opmerkelijk
Uit het onderzoek blijkt dus dat moeders duidelijker spreken als ze met volwassenen in gesprek zijn. En dat is een opmerkelijk resultaat. Gedacht werd namelijk dat babypraat juist duidelijker was dan een gesprek tussen volwassenen en dat babypraat dus juist bedoeld was om het voor kinderen gemakkelijker te maken bepaalde klanken te leren. “Het feit dat ze in staat zijn om geluiden op te pikken uit taal die minder duidelijk is dan de taal die volwassenen onderling gebruiken, maakt deze prestatie nog opmerkelijker,” stelt onderzoeker Andrew Martin.

Het onderzoek roept interessante vragen op. Bijvoorbeeld: waarom praten moeders minder duidelijk tegen hun kinderen dan tegen andere volwassenen? De onderzoekers vermoeden dat moeders dat doen, omdat ze instinctief meer willen communiceren dan woorden. Ze willen ook emoties overbrengen of de aandacht van het kind trekken.