Wetenschappers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek op Texel en de Universiteit Utrecht hebben ontdekt dat de symbiose tussen kroosvaren en cyanobacteriën al bijna 50 miljoen jaar bestaat. Ze onderzochten daartoe fossiele moleculen. Het ‘huwelijk’ van de bacteriën en kroosvaren is niet uit liefde: het kroosvaren profiteert er vooral van.

Algen hebben stikstof nodig om te groeien. Zij halen deze stikstofverbindingen uit het oceaanwater. Aan het oppervlak komt echter weinig stikstof voor en dat remt de groei van algen af. Opgelost stikstofgas bevindt zich wel in het water, maar slechts weinig organismen zijn in staat om die bron aan te boren voor hun celgroei en ontwikkeling. Cyanobacteriën kunnen dat wel. Zij zetten stikstofgas moeiteloos om in ammonium. Dat is sommige planten en algen ook opgevallen en zij zijn met de cyanobacteriën gaan ‘samenleven’ om er zeker van te zijn dat ze voldoende ammonium binnenkrijgen.

De onderzoekers zochten uit wanneer deze cyanobacteriën voorkwamen en concluderen dat deze reeds 50 miljoen jaar geleden al samenleefde met het kroosvarentje Azolla. Nog opvallender is dat Azolla tot op de dag van vandaag nog met deze cyanobacteriesoort samenleeft.