Ongeveer een derde van de bacteriën in je darmen produceren sporen die bacteriën in staat stellen om in de open lucht te overleven en mogelijk van mens op mens over te springen.

Dat hebben onderzoekers van het Britse Wellcome Trust Sanger Institute ontdekt. Het suggereert voorzichtig dat sommige ziekten die (mede) veroorzaakt worden door de bacteriën die we bij ons dragen – zoals bijvoorbeeld obesitas – in zekere zin besmettelijk zijn.

Sporen
De onderzoekers komen tot die conclusie nadat ze meer dan 130 bacteriën die in onze darmen leven, isoleerden en uitgebreid bestudeerden. Tijdens dit onderzoek gingen ze ook na of er bacteriën waren die sporen in de darmen vormden. We spreken van sporen wanneer een bacterie in een soort van rusttoestand gaat. Een bacterie kan heel lang in die ‘winterslaap’ blijven en vervolgens opeens weer volop actief worden. Het onderzoek van de wetenschappers toont aan dat ongeveer een derde van de bacteriën in de darmen van een gezond persoon sporen produceren. En die sporen kunnen in de open lucht overleven en zich mogelijk dus ook van de ene persoon naar de andere persoon verplaatsen.

Het onderzoek geeft een heel nieuwe kijk op bepaalde ziekten die veelvuldig voorkomen in families

Ziekten in de familie
Het is een bijzondere ontdekking. Niet eerder hebben onderzoekers er rekening mee gehouden dat bacteriën die ons microbioom vormen mogelijk op deze manier van mens op mens worden doorgegeven. Het geeft een heel nieuwe kijk op bepaalde ziekten die veelvuldig voorkomen in families. Mogelijk is dat niet alleen te verklaren door genetische factoren, maar ook doordat deze mensen in hetzelfde huis wonen, dezelfde badkamer en toilet gebruiken en dus ook bacteriën uit hun microbioom aan elkaar cadeau doen.

Vervolgonderzoek
De onderzoekers hopen dat hun studie bijdraagt aan een beter begrip van het microbioom. Ongeveer twee procent van ons lichaamsgewicht bestaat uit bacteriën. “Het wordt steeds duidelijker dat microbiële samenlevingen een grote rol spelen in de gezondheid van de mens,” aldus onderzoeker Hilary Browne. Tijdens dit onderzoek is het gelukt om bacteriën uit de darmen te isoleren, het genoom van deze bacteriën in kaart te brengen en de bacteriën langdurig op te slaan. Dat heeft nu al veel waardevolle informatie opgeleverd. Maar er is nog veel werk aan de winkel. Zo willen de onderzoekers een behandeling ontwikkelen die onze darmflora waar nodig kan herstellen.

Wanneer we een antibioticakuur voorgeschreven krijgen, worden niet alleen ‘foute’ bacteriën gedood. Ook ‘goede’ bacteriën in de darmen worden geslachtofferd. Daardoor is er meer ruimte voor ongewenste bacteriën – bijvoorbeeld antibioticaresistente bacteriën – om in de darmen te gedijen. Dat kan vervolgens weer leiden tot nieuwe gezondheidsproblemen, zoals een Clostridium difficile-infectie. Op dit moment wordt zo’n infectie behandeld door bijvoorbeeld uitwerpselen van gezonde mensen in de darmen te transplanteren, zodat ‘goede’ bacteriën uit deze uitwerpselen weer de overhand krijgen in de darmen van de patiënt. De onderzoekers hopen dat ze een alternatieve behandeling kunnen ontwikkelen: een pil met daarin een specifieke mix van bacteriën die de populatie bacteriën in de darmen kan herstellen en de poeptransplantatie overbodig maakt. “Het bestuderen van onze ‘tweede’ genoom, dat van de bacteriën in ons – zal leiden tot een veel groter begrip van onze biologie en de relatie tussen de bacteriën in onze darmen en gezondheid en ziekte,” stelt onderzoeker Trevor Lawley.