Wetenschappers ontdekten vijf jaar geleden methaanetende bacteriën. Deze hielden zich op in een Nederlands veengebied. Onderzoekers concluderen nu dat de bacteriën wereldwijd dit klusje op zich nemen. Daarmee consumeren de organismen een belangrijk deel van het door veen geproduceerde methaan en komen dus minder broeikasgassen vrij.

Met name veen dat met behulp van regenwater gevormd is en voor een belangrijk deel uit veenmos bestaat, heeft baat bij de bacteriën. Dertig procent van al het koolstof op aarde zit in dit hoogveen. Het veen stoot dan ook veel methaan uit. Maar een groot deel daarvan haalt de atmosfeer niet, omdat het wordt geconsumeerd door methaanbacteriën die in veenmos leven. De methaanetende bacteriën zetten methaan om in CO2 en dat wordt door het mos weer geabsorbeerd en in de biomassa opgenomen.

De wetenschappers haalden op tien verschillende plaatsen wereldwijd – van Patagonië tot Siberië – veenmos en keken of het proces daarin een rol speelde. Alle mossen bleken deze bacteriën te hebben. Hoe warmer het was, hoe sneller methaan werd omgezet, maar ook in Siberië werkten de bacteriën – hetzij wat langzamer – goed door.

“Onze studie toont nogmaals aan dat methaanetende bacteriën een belangrijke rol spelen bij de omzetting van methaan in biomassa in hoogvenen,” legt onderzoeker Mike Jetten uit. “Dat betekent dat ze nu en in de toekomst, bij een veranderend klimaat door opwarming van de aarde, een rol kunnen hebben bij de vermindering van methaanuitstoot. Deze ontdekking geeft weer een extra argument om zuinig te zijn op hoogvenen. Het zijn niet alleen belangrijke biotopen maar ze beperken ook het ontsnappen van broeikasgas.”