Elke vijftig jaar wordt het noordoosten van India vanuit het niets overspoeld door miljoenen ratten. De Indiërs zien het als een straf van God waarbij hun hele oogst wordt opgevreten en de honger volgt. Maar wetenschappers leggen zich daar niet bij neer. En zij ontdekten waarom de ratten opeens zo talrijk zijn en wat daar aan te doen is.

De Indiërs spreken van een ‘vloed’ en ‘rattenleger’ wanneer ze het over de rattenplaag hebben die de regio één keer in de halve eeuw teistert. Lang dachten onderzoekers dat het een verzinsel was. Maar na een analyse weten zij wel beter: het is echt! Het is het resultaat van een kettingreactie die het hele ecosysteem overhoop gooit en één gedupeerde achterlaat: de mens.

Bamboe
Bamboebossen bedekken in het noordoosten van India zo’n 26.000 vierkante kilometer. De bamboe – Melcocanna baccifera – is van onschatbare waarde voor de boeren. Het gewas voorziet hen van bouwmateriaal, kleding en voedsel. De plant is zeer agressief en heeft al diens concurrenten uitgeschakeld en de regio bedekt. Maar elke vijftig jaar, zo ontdekten de wetenschappers, sterft dat bamboebos uit. Ongeacht hoe de omstandigheden zijn: de biologische klok geeft de plant een seintje dat het tijd is om te bloeien, te zaaien en te sterven. “Dat is de manier waarop de bamboe zich ervan verzekert dat de zaden overleven,” legt onderzoeker Steve Belmain uit. “Maar wanneer de zaden van de bamboe vallen, ligt er tachtig ton zaad per hectare op de grond.” En dat is een kolfje naar de hand van de ratten.

2011
Pas nu accepteren de wetenschappers dat de bamboeplanten de ratten stimuleren. “Hiervoor hadden we alleen de anekdotes van 50 jaar geleden,” weet Belmain. De onderzoekers zagen het de laatste jaren echter met eigen ogen. Tussen 2004 en 2011 bloeien de bamboeplanten volop. Dat resulteerde tussen juni en september 2009 in meer dan 2,6 miljoen gevangen ratten.

En al die ratten doen zich tegoed aan de gewassen die de Indiërs verbouwen. De onderzoekers denken naar aanleiding van hun studie wel wat voor de Indiërs te kunnen betekenen, maar of de Indiërs daarvoor openstaan, is twijfelachtig. De bewoners zien de plaag als een straf van God en leggen zich daarbij neer. “Dus je moet ze echt bij de hand nemen en laten zien dat hun levens beter kunnen.”