In zijn oratie ‘Beauty pays’ toont onderzoeker Daniel Hamermesh aan dat mooie mensen meer verdienen dan lelijke mensen. De centrale vraag: moeten lelijke mensen als achterblijvende minderheid positief gediscrimineerd worden door de overheid?

De opleiding van een werknemer bepaalt in grote mate zijn salaris. Elk jaar dat men extra gestudeerd heeft, levert tien procent meer geld op. Voor schoonheid geld hetzelfde. Zo blijkt uit onderzoek dat mooie advocaten vijf jaar na het afstuderen zo’n vier procent meer verdienen dan hun lelijkere soortgenoten. Na vijftien jaar is dat verschil tot 6,5 procent opgelopen.

Plastische chirurgie
Maar de invloed van schoonheid gaat verder, zo toont Hamermesh in zijn oratie aan. Zo verkoopt een afdeling met mooie werknemers beter dan een afdeling zonder mooie mensen. Ook speelt uiterlijk een rol in de keuze van een beroep en worden mannen meer op basis van hun schoonheid voorgetrokken dan vrouwen. Bovendien concludeert Hamermesh dat de ‘lelijkheid’ niet gecompenseerd kan worden: de kosten van plastische chirurgie wegen niet op tegen het eventuele hogere salaris op de arbeidsmarkt.

Overheidssteun?
Of de Beauty’s ooit ruimte zullen maken voor de Beast, betwijfelt Hamermesh. “Ik betwijfel of schoonheid als beslissende factor voor economische resultaten zal verdwijnen. Mooie mensen zullen in het voordeel blijven, zowel op het gebied van geld als bij andere uitwisselingen; lelijke mensen blijven in het nadeel.” In die context is het dan ook helemaal niet vreemd om lelijke mensen als een achtergestelde minderheid te zien. Maar heeft die ook recht op overheidssteun? Die vraag laat Hamermesh aan zijn publiek.

Prof. dr. Hamermesh accepteert met zijn oratie de leerstoel Arbeidseconomie aan de School of Business and Economics van de Universiteit Maastricht.