Wetenschappers komen met een nieuwe theorie die kan verklaren hoe de oude bewoners van Paaseiland – de Rapanui – de enorme standbeelden op hun plek kregen: ze lieten de beelden zelf naar hun plekje lopen.

Er is al heel veel over gespeculeerd: de enorme en ook wel ietwat mysterieuze standbeelden op Paaseiland. Waar staan ze voor? Welke functie hadden ze? En hoe konden de Rapanui de beelden – die vaak vele meters hoog zijn en duizenden kilo’s wegen – op hun plek zetten? De stenen moesten soms namelijk best wel een stukje verplaatst worden, alvorens deze zich op hun eindbestemming bevonden. Hoe de Rapanui dat deden, weten we nog steeds niet zeker. Er zijn wel veel theorieën over. Bijvoorbeeld dat het volk de beelden op boomstammen zette en ze naar de eindbestemming rolde. Of dat de Rapanui gebruik maakten van een soort sleeën.

Andere theorie
In het blad Journal of Archaeological Science komen wetenschappers nu met een andere theorie: de beelden zouden zelf naar hun plaats zijn ‘gelopen’. Het idee is niet helemaal nieuw: wetenschappers hebben het al vaker geopperd, zeker omdat de Rapanui in hun verhalen ook op deze manier van transporteren wezen. “Mondelinge overleveringen uit de jaren ’80 van de negentiende eeuw stellen dat de prehistorische beelden ‘wandelden’,” vertelt onderzoeker Carl Lipo. “Maar de meeste wetenschappers hebben aangenomen dat dit slechts een fantasierijk verhaaltje is.”

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs ontdekt hebben dat een stofje dat op Paaseiland werd ontdekt, het geheugen van jonge en oude muizen verbetert?

Meer dan een fabel
Lipo was daar zelf echter niet zo van overtuigd. Zeker niet nadat hij met zijn collega Sergio Rapu, van geboorte een Rapanui (bewoner van Paaseiland) over de beelden sprak. “Rapu had de beelden zijn hele leven al bestudeerd en had op overtuigende wijze beredeneerd dat deze verhalen meer waren dan een fabel. Terwijl we onderzoek deden op het eiland, wees Rapu op verschillende eigenschappen van de beelden die nergens op sloegen als men ze op boomstammen zette of ze sleepte.” Ook bestudeerden de onderzoekers de beelden die onderweg naar hun eindbestemming gesneuveld waren. Ze bestudeerden de beschadigingen: hoe ze braken en vielen, om meer te weten te komen over hoe de beelden vervoerd werden.

Wiebelen
Het bewijs dat de Rapanui de beelden lieten ‘wandelen’ stapelde zich op. “Wanneer wij een koelkast verplaatsen, leggen we deze niet op zijn rug en duwen deze vervolgens ook niet op wieltjes door de keuken. In plaats daarvan bewegen we deze heen en weer en verplaatsen deze zo van de ene naar de andere kant van de keuken. Op zo’n manier kan één persoon een gigantische koelkast verplaatsen. De mensen van Paaseiland gebruikten dit idee, maar tilden het naar een hoger plan. Net zoals een koelkast wiebelden ze de beelden van voren en naar achteren, maar ze vormden de beelden ook zo dat deze beelden goed te verplaatsen waren.”

Neke-neke
Lipo wijst erop dat de bewoners van Paaseiland zelfs een specifiek woord hebben voor de vorm van transport waarbij heen en weer gewiebeld wordt: neke-neke. “Mensen hebben ons verteld dat hun grootmoeders altijd liedjes zongen over wandelende moai’s (de beelden op Paaseiland, red.) en dan de neke-neke-beweging deden.”

In de praktijk
Het klinkt als een vrij solide theorie, maar Lipo en zijn collega’s realiseerden zich ook wel dat ze toch nog met ietsje meer bewijs aan zouden moeten komen, om mensen te overtuigen. Bij voorkeur bewijs dat hun aanpak echt werkt. En dus bouwden ze een replica van één van de beelden op Paaseiland en probeerden hun theorie uit. “Het werkte: het beeld liep!”

Het boek

Lipo en zijn collega’s zetten hun theorieën over Paaseiland uiteen in het boek ‘The Statues That Walked’.

Of iedereen even overtuigd is van de theorie van Lipo en zijn collega’s, moet nog blijken. Het is niet voor het eerst dat Lipo zich in de historie van Paaseiland vastbijt en ook eerdere onderzoeken van hem konden op flink wat commentaar rekenen. Zo stelden wetenschappers lang dat de bewoners van Paaseiland door veel bomen om te hakken, hun eigen graf groeven. Het eiland kon ze niet langer van voldoende grondstoffen voorzien en er was sprake van een ecologische ineenstorting die gevolgd werd door sociale problemen. Lipo vond echter bewijs dat niet de houtkap, maar de komst van kolonisten de bewoners van Paaseiland bijna fataal werd: de kolonisten brachten ratten naar Paaseiland en die brachten het ecosysteem op het randje van de afgrond. Contact met de Europeanen bracht ook allerlei ziekten naar het eiland, waardoor veel bewoners van Paaseiland stierven en de cultuur langzaam afbrokkelde. “Ondanks meer dan 100 jaar onderzoek is veel van wat we over Paaseiland denken gebaseerd op verhalen in plaats van directe observaties,” stelt Lipo. “Onderzoekers hebben zich laten leiden door verhalen van de eerste Europeaanse bezoekers op Paaseiland die stelden dat de prehistorische mensen hun grondstoffen verkwist hadden, aangezien er wel enorme beelden, maar vrijwel geen grondstoffen te vinden waren. Nu blijkt dat er eigenlijk nooit veel grondstoffen op Paaseiland zijn geweest, maar dat de Rapanui ondanks dat toch in staat waren om de beelden te bouwen. Ons idee dat de bewoners van het eiland hun omgeving vernietigden, is incorrect: het eiland werd door de Rapanui omgetoverd tot een productieve plaats.” Andere archeologen moeten misschien even aan dat idee wennen: het verandert ons hele beeld van dit volk. Maar als Lipo gelijk heeft – en daar begint het wel steeds meer op te lijken – wordt het de hoogste tijd dat we het beeld dat we van de Rapanui herzien.