Dat suggereert onderzoek onder Antarctische beerdiertjes.

Beerdiertjes zijn piepklein – hooguit 1,5 millimeter groot – maar ontzagwekkend bijzonder. Studies hebben aangetoond dat ze in de ruimte kunnen overleven en temperaturen van -272 tot 150 graden Celsius kunnen verdragen. Ook kunnen ze gemakkelijk tien jaar zonder water. Bovendien kun je ze meer dan 30 jaar invriezen: na ontdooiing pakken ze hun leven namelijk gewoon weer op. Het doet vermoeden dat deze organismen nergens voor terugdeinzen. Nou ja..behalve voor klimaatverandering dan misschien. Want een nieuw onderzoek in het blad Journal of Experimental Biology suggereert dat het veranderende klimaat wel degelijk een negatieve impact kan hebben op de beerdiertjes en er in het ergste scenario zelfs voor kan zorgen dat populaties krimpen en soorten uitsterven.

Uitdroging, UV-straling en hitte
De onderzoekers baseren zich op tamelijk gruwelijke experimenten met de soort Acutuncus antarcticus (één van de honderden soorten beerdiertjes, te vinden op Antarctica). De onderzoekers lieten de beerdiertjes uitdrogen, stelden ze bloot aan hogere temperaturen en toegenomen UV-straling. En vervolgens keken ze welke impact dat op de beerdiertjes had.

WIST JE DAT…
…recent onderzoek suggereert dat het beerdiertje het laatste dier op aarde zal zijn en de mensheid – wat er ook gebeurt – ruimschoots zal overleven?

Niet tegelijk!
De beerdiertjes bleken weinig hinder te ondervinden van een toename in UV-straling, zeker als ze uitgedroogd waren. Ook een toename in temperatuur was geen onoverkomelijk probleem voor de kleine beerdiertjes. Anders werd het echter wanneer de onderzoekers ze blootstelden aan hogere temperaturen én meer UV-straling. Dat bleek namelijk wel een flinke impact te hebben op de overlevingskansen van de beerdiertjes, met name wanneer ze uitgedroogd waren. “Tenslotte bleek UV-straling een negatieve impact te hebben op de eigenschappen van opeenvolgende generaties A. antarcticus,” zo schrijven de onderzoekers. Volgende generaties bleken bijvoorbeeld minder eitjes te leggen. “Op lange termijn kan A. antarcticus te maken krijgen met populatiekrimp of zelfs uitsterven.”

Maar dat is wel het slechtst denkbare scenario, zo benadrukken de onderzoekers. Zo wijzen ze erop dat klimaatverandering een geleidelijk proces is en er gedurende dat proces waarschijnlijk maar beperkte perioden zijn waarin én de temperatuur én de UV-straling toeneemt. Wellicht dat A. antarcticus dan ook de tijd gegund is om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen.