De begraafplaatsen in Pompeii hadden meerdere functies, zo blijkt uit onderzoek. Ze deden ook dienst als vuilnisbelt.

Jaren geleden ontdekten wetenschappers al dat de tombes waarin de inwoners van Pompeii hun doden ter ruste legden, vergezeld gingen door afval. Onder meer botten van dieren, kapot aardewerk en restanten van gebouwen werden op de begraafplaatsen, tussen de doden, achtergelaten. De onderzoekers stonden er versteld van en gingen op zoek naar een verklaring.

Aardbeving
Die dachten ze te vinden in de aardbeving die Pompeii in het jaar 62 trof. De onderzoekers stelden dat de tombes na de beving in verval zouden zijn geraakt, doordat de inwoners van Pompeii andere prioriteiten hadden: hun stad herstellen. De wetenschappers konden zich immers niet voorstellen dat de inwoners van Pompeii hun afval doelbewust op waardevolle graven zouden achterlaten.

Rondom deze tombe werd flink wat afval aangetroffen. Ook is er graffiti op de tombe gevonden. Foto: Allison Emmerson.

Rijk en belangrijk
De kwestie hield ook onderzoeker Allison Emmerson van de universiteit van Cincinnati bezig. Zeker omdat recentelijk onderzoek heeft aangetoond dat Pompeii tegen het jaar 79 (toen de beroemde vulkaanuitbarsting plaatsvond) alweer hersteld was van de aardbeving van het jaar 62. Sterker nog: Pompeii was in die tijd een belangrijke en rijke stad. Geen enkele reden dus om afval op begraafplaatsen achter te laten. Tenminste: dat zou u denken.

Twee
Emmerson bestudeerde Pompeii in de hoop een verklaring te kunnen vinden voor al het afval bij de tombes. Ze ontdekte twee belangrijke dingen. De tombes werden bewust langs drukke wegen geplaatst. En de inwoners van Pompeii gingen heel nonchalant met hun afval om. Zo was het voor de inwoners van Pompeii heel normaal om afval op de vloer of op straat te laten liggen of gewoon in huis – naast het drinkwater bijvoorbeeld – te bewaren.

Dagelijks leven
Dat illustreert dat de afstand tussen de mensen en hun afval niet zo groot was. Het afval maakte gewoon deel uit van hun dagelijks leven en werd niet centraal verzameld of ver buiten de bebouwde kom gedumpt. En als het afval deel uitmaakte van het dagelijks leven van de mensen dan is het helemaal niet zo onlogisch dat het ook op de begraafplaatsen werd achtergelaten, zo stelt Emmerson. “Wanneer een Romein geconfronteerd werd met de dood dan was hij of zij meer bezig met de herinnering (aan de dode, red.) dan met het hiernamaals,” legt de onderzoekster uit. “Individuen wilden herinnerd worden en het plaatsen van een grote tombe in een druk gebied was de beste manier om daarvoor te zorgen.”

“Tombes en begraafplaatsen waren niet bedoeld als plaatsen voor stille overpeinzingen. Tombes maakten deel uit van het alledaagse leven. Ze maakten deel uit van het gewone en vieze leven.” Daarom zagen de inwoners van Pompeii het ook niet als een probleem om hun afval bij de tombes te dumpen. Emmerson presenteert haar resultaten dit weekend tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Archaeological Institute of America.