Het vermogen van mensen om op twee benen te lopen heeft mogelijk een diepere voorouderlijke oorsprong dan tot nu toe gedacht.

Vlakbij het oude mijnstadje Rudabánya in Hongarije hebben onderzoekers de fossiele resten opgegraven van uitgestorven gefossiliseerde aap. Het gaat om het bekken van de Rudapithecus hungaricus; een grote aap die Europa bewoonde tijdens het late Mioceen, ongeveer 10 miljoen jaar geleden. Na een grondige analyse van dit aapachtige bekken denken onderzoekers een stapje dichterbij het antwoord te zijn op de vraag waarom mensen op twee benen lopen.

Bekken
Het bekken van Rudapithecus werd ontdekt door paleontoloog David Begun. Een bijzondere vondst, aangezien het bekken een van de meest informatieve botten is van een skelet. Helaas blijven deze botten zelden goed bewaard. Ook het bekken van Rudapithecus bleek niet helemaal compleet te zijn. Daarom gebruikte het team 3D-modellen om de vorm digitaal te reconstrueren. Vervolgens vergeleken ze hun modellen met het bekken van moderne dieren.


Het bekken van de Rudapithecus (midden) vergeleken met dat van een makaak (links) en een orang-oetan (rechts). Afbeelding: Carol Ward

Familielid
Begun – die ook al andere ledematen, kaken en tanden van Rudapithecus onderzocht – heeft aangetoond dat Rudapithecus een familielid is van moderne Afrikaanse apen en mensen. En dat is best verrassend als je de locatie in Europa waar Rudapithecus leefde in ogenschouw neemt. Onderzoekers weten echter nog maar weinig over zijn houding en motoriek. En dus is de vondst van een bekken heel belangrijk.

Rechtop
Na analyse van het bekken hebben onderzoekers nu een beter beeld van hoe de Rudapithecus bewoog. “Rudapithecus was behoorlijk aapachtig,” vertelt hoofdauteur van de studie Carol Ward. “Waarschijnlijk bewoog hij tussen takken zoals apen nu nog steeds doen: met zijn lichaam rechtop en klimmend met zijn armen.” Maar er is ook een groot verschil. “Rudapithecus verschilt van moderne mensapen doordat hij een flexibelere onderrug had,” zegt Ward. “Dit betekent dat wanneer Rudapithecus op de grond terecht kwam, hij mogelijk net zoals mensen meer rechtop stond.”

Tweebenig
En dat is best opvallend. Volgens de onderzoekers betekent dit dat we misschien anders moeten kijken naar de oorsprong van onze tweebenigheid. Moderne Afrikaanse apen hebben namelijk een lang bekken en een korte onderrug. Dit is waarschijnlijk de reden waarom ze – als ze zich op de grond bevinden – op handen en voeten voort bewegen. Mensen hebben langere en flexibelere onderruggen, waardoor we rechtop kunnen staan en onszelf op twee benen verplaatsen; een eigenschap die kenmerkend is voor de menselijke evolutie. “In plaats van ons af te vragen waarom onze menselijke voorouders rechtop gingen lopen, moeten we onszelf misschien afvragen waarom onze voorouders nooit zowel handen als voeten hebben gebruikt om zich voort te bewegen,” zegt Ward.

Overgang
Volgens de onderzoeker zouden er aanzienlijke veranderingen nodig zijn geweest als we vanuit een Afrikaanse aapachtige lichaamsbouw evolueerden. Denk bijvoorbeeld aan een verlenging van onze onderrug en juist een verkorting van onze bekken. Als mensen evolueerden van een voorouder die lijkt op Rudapithecus, dan zou die overgang mogelijk veel eenvoudiger zijn geweest. “We konden vaststellen dat Rudapithecus een flexibelere torso had dan de Afrikaanse apen van vandaag de dag,” zegt Ward. “Dit komt mede omdat hij veel kleiner was; zo was hij ongeveer net zo groot als een middelgrote hond. Dit is belangrijk omdat onze bevinding het idee ondersteunt dat menselijke voorouders misschien niet dezelfde bouw hebben als moderne Afrikaanse apen.”

De volgende stap is om een 3D-analyse van andere gefossiliseerde lichaamsdelen van Rudapithecus uit te voeren. Op die manier krijgen onderzoekers een completer beeld van hoe deze uitgestorven aap zich bewoog. En dit verschaft ons meer inzicht in de gemeenschappelijke voorouder van Afrikaanse apen en de moderne mens.