blokjes

Wetenschappers suggereren in een nieuw paper dat het Syndroom van Asperger – een vorm van autisme – mensen wellicht kan beschermen tegen Alzheimer. Ze trekken die conclusie nadat ze de plasticiteit van het brein onderzochten.

De onderzoekers zetten een experiment op. Ze verzamelden een aantal proefpersonen met Asperger en stelden een controlegroep samen, bestaande uit mensen zonder autisme. Vervolgens stelden de onderzoekers de motorische cortex van de proefpersonen bloot aan een mild stroomstootje. Mensen met Asperger reageerden sterker op de prikkel, wat wijst op een plastischer brein. Maar hoe ouder de proefpersonen waren, hoe minder plastisch hun brein was, ongeacht of ze nu Asperger hadden of niet.

Plasticiteit

De organisatie van ons brein verandert. Bijvoorbeeld als we iets nieuws leren of een bepaalde ervaring opdoen. Dat wordt neuroplasticiteit genoemd. Uit eerder onderzoek is al gebleken dat mensen met autisme een uitzonderlijk plastisch brein hebben. “Plasticiteit is essentieel voor het ontstaan en handhaven van de netwerken in het brein,” zo schrijven de onderzoekers. “Maar te veel plasticiteit kan leiden tot instabiliteit.” Bepaalde systemen in het brein kunnen dan minder goed gaan functioneren.

Het onderzoek suggereert ten eerst dat het brein van mensen met Asperger plastischer is dan dat van mensen zonder autisme. Ten tweede toont het aan dat de plasticiteit van het brein naarmate we ouder worden, afneemt. “We vermoeden dat individuen wiens cortex relatief gezien hyperplastisch is, relatief goed beschermd moeten zijn tegen de met ouder worden geassocieerde cognitieve achteruitgang (waarvan we suggereren dat het samenhangt met een afname in de plasticiteit).”

Het zou betekenen dat deze vorm van autisme het brein beschermt tegen cognitieve achteruitgang zoals Alzheimer. Het is voor het eerst dat onderzoekers dit idee opperen. Meer onderzoek is dan ook nodig. Hopelijk geeft het ons meer inzicht in zowel de oorzaken als mogelijke behandelingen van autisme en dementie.