Vergeet Tiger Woods, Usain Bolt en Wesley Sneijder. Hun salaris stelt in vergelijking met dat van Gaius Appuleius Diocles namelijk weinig voor. De ongeletterde wagenmenner uit de tweede eeuw na Christus verdiende met zijn sportieve capriolen maar liefst 35.863.120 sestertiën. Dat blijkt uit onderzoek van professor Peter Struck.

Alsof al dat geld nog niet genoeg was, kreeg Diocles in 146 na Christus ook nog eens een eigen inscriptie. De tekst vertelt het verhaal van Diocles die geboren werd in de Romeinse provincie Lusitania (Portugal en een stukje van Spanje). Hij startte zijn carrière in 122 na Christus en was toen achttien jaar oud.

Winnaar
Diocles zou 1.462 van zijn 4.257 races hebben gewonnen en finishte 861 keer als tweede. Negen van zijn paarden wonnen daarmee honderd races of meer. En één paard – Pompeianus – won zelfs tweehonderd wedstrijden.

Geld
Hoewel Diocles echt niet de beste wagenmenner uit de geschiedenis is – de beroemde menner Pompeius Musclosus won 3599 keer – gaat Diocles wel de boeken in als de best verdienende sporter. Hij won namelijk de grootste wedstrijden. Een voorbeeldje: door 29 keer als eerste over de streep te komen verdiende hij maar liefst 1.450.000 sestertiën.

Graan
Tel daar al het andere prijzengeld bij op en u komt op een totaalbedrag van 35.863.120 sestertiën. Een hele hoop geld. Zeker in die tijd. Met zo’n bedrag kon Diocles in theorie de gehele bevolking van Rome een jaar lang van graan voorzien. Ook kon hij – wederom in theorie – het hele Romeinse leger twee maanden gaande houden.

Deze wagenmenner (niet Diocles) is van het rode team en heeft de wedstrijd gewonnen.

Anno 2010
Om de vergelijking nog wat treffender te maken, rekende Struck het lieve sommetje ook nog even om naar hedendaagse valuta. Volgens Struck kost het twee maanden gaande houden van het Amerikaanse leger tegenwoordig 15 miljard dollar (oftewel 11,75 miljard euro) en is dat ongeveer (inflatie mee berekend) wat Diocles vandaag de dag zou verdienen. Tja, en dan zijn die miljoenen van de hedendaagse sporthelden toch wat magertjes.

Slaven
Denk niet dat al dat geld en al die roem Diocles aan kwam waaien: het leven van een wagenmenner was niet gemakkelijk. Vaak namen slaven aan de wedstrijden deel. Zij konden met hun prijzengeld hun vrijheid terugkopen en hadden niets te verliezen. Het ging er dan ook wild aan toe. “Na zeven wilde rondes nam degene die niet werd tegengehouden of gedood en als één van de eerste drie over de finish kwam de prijzen mee naar huis,” zo schrijft Struck in het blad Lapham’s Quarterly.

Mes
De ervaren menners reden enorm hard en hadden soms wel vier of meer paarden voor de wagen staan. Ze droegen een leren helm, scheenbeschermers, een soort harnas op de borst, een trui, een zweep en een scherp mes. Dat laatste was handig wanneer de wagen kantelde en de touwen moesten worden doorgesneden.

Sponsor
Geloof het of niet, maar deze professionele menners hadden zelfs een soort sponsor. Er waren een aantal groepen waarbij de menner zich kon aansluiten: de rode, de groene, de blauwe en de witte. Deze teams werden gesteund door grote bedrijven die flink investeerden in de training en het op peil houden van de uitrusting.

Diocles startte bij de witte en won zijn eerste rit na twee jaar. Vier jaar later stapte hij over naar de groenen. Maar het grootste succes behaalde hij bij de rode en daar bleef hij tot het einde van zijn carrière. Toen Diocles 42 jaar, zeven maanden en 23 dagen oud was, zegde hij zijn sport gedag en kon hij naar alle waarschijnlijkheid royaal gaan rentenieren.