De allereerste sterren werden 13,4 miljard jaar geleden geboren. Duitse wetenschappers denken dat sommige van deze sterren nog steeds schijnen. Zij maakten verschillende computersimulaties om te onderzoeken hoe de eerste sterren eruit zagen. Daaruit blijkt dat de allereerste gasbollen niet alleen grote reuzen waren, maar dat er ook kleinere exemplaren ontstonden.

De huidige theorie is dat de allereerste sterren in het universum gigantische hyperreuzen waren, die al na een paar miljoen jaar explodeerden als supernova’s. Daarom vermoeden wetenschappers dat de eerste sterren vandaag de dag niet meer bestaan. Toch kan een ster gemakkelijk een periode van 13,4 miljard jaar overleven, maar dan moet deze ster een kleine gasvoorraad hebben en deze langzaam verbranden. Oftewel: de ster moet letten op zijn gewicht.

Kleine ‘zonnen’
Paul Clark van de universiteit van Heidelberg en zijn collega’s beweren dat de eerste sterren niet alleen maar grote reuzen waren, maar ook kleine dwergen, zoals onze eigen zon. Toen de eerste sterren werden geboren, kwam het wel eens voor dat een ster nog ruim voor de geboorte uit een stervormingsgebied werd gegooid door andere sterren. Het is heel goed mogelijk dat een weggeworpen ster genoeg gas had om kernfusie tot stand te brengen, maar niet te veel gas met zich meedroeg om het vele miljarden jaren vol te houden.

Nog niet overtuigd
Andere wetenschappers vinden de resultaten van de simulaties van Clark interessant, maar zijn nog niet overtuigd. Zo beweert Michael Norman van de universiteit van Californië dat de resultaten niet zijn gebaseerd op computationele fysica, maar op vermoedens over de evolutie van stofschijven. Tom Abel van het SLAC National Accelerator Laboratorium vindt de onderzochte periode – de eerste honderden tot duizenden jaren van een proces dat honderdduizenden jaren duurt – te kort om een overwogen oordeel te geven over de allereerste sterren.

Kunnen wij de sterren zien?
Als de allereerste sterren vandaag nog bestaan, dan zijn ze te zwak en te ver van de aarde verwijderd om met een telescoop te zien. Probeer onze zon maar eens terug te vinden op een afstand van 500 lichtjaar van de aarde. Dat gaat u niet lukken! En dat is nog niets vergeleken met 13,4 miljard lichtjaar.