Op dit moment zijn wetenschappers in staat om de oudste sterrenstelsels in het heelal te observeren. Daarnaast kunnen zij de kosmische achtergrondstraling detecteren en de uitdijing van het heelal in levende lijve aanschouwen. Over één biljoen jaar is dat waarschijnlijk anders.

Aangezien het heelal uitdijt, groeit de afstand tussen sterrenstelsels. In de verre toekomst zijn de bewijzen van de oerknal niet meer te zien. Eén bewijs is de uitdijing zelf. We weten dat het heelal uit één punt komt, omdat andere sterrenstelsels op hoge snelheid van ons af bewegen. Toch zijn sterrenstelsels over één biljoen jaar niet meer zichtbaar in het heelal. Stel, een intelligente buitenaardse beschaving ontstaat pas over één biljoen jaar, dan zullen zij nooit te weten komen hoe het universum is ontstaan.

Hypersnelle sterren
Als het Melkwegstelsel over één biljoen jaar nog bestaat, dan kunnen inwoners geen verre sterrenstelsels meer zien. Toch vermoedt theoretisch sterrenkundige Avi Loeb van de Harvard-universiteit dat de uitdijing nog wel aan te tonen is door hypersnelle sterren te observeren. Dit zijn sterren die ooit onderdeel uitmaakten van de Melkweg, maar die bijvoorbeeld door een zwart gat zijn weggeslingerd.

Kosmische uitdijing
Wanneer de afstand tussen een hypersnelle ster en het Melkwegstelsel groot genoeg is, dan komt het object los van de invloed van de Melkwegstelsel en in de greep van de kosmische uitdijing. Zo’n ster beweegt door de uitdijing steeds sneller, waardoor wetenschappers kunnen aantonen dat het heelal uitdijt en dus is ontstaan uit één punt.

Raadsels
Toch is het veel moeilijker om over een biljoen jaar antwoorden te vinden dan in het huidige heelal. Voor toekomstige generaties heeft het universum veel meer raadsels in petto.