Archeologen hebben ontdekt wat er zo’n 8000 jaar geleden bij de bewoners van het inmiddels verdronken Doggerland op het menu stond: zoetwatervis.

Het is misschien lastig voor te stellen, maar ooit lag het zuidelijke deel van de moderne Noordzee – tussen Nederland, Engeland en Denemarken – droog. En in het gebied – Doggerland genoemd – woonden jagers en verzamelaars. En archeologen hebben nu ontdekt wat er bij deze mensen, zo’n 8000 jaar geleden, op het menu stond. Met stip bovenaan: zoetwatervis. Maar ook kleine dieren zoals otters, bevers en watervogels.

Doggerland aan het begin van het Holoceen (een tijdvak dat zo'n 11.700 jaar geleden begon). Afbeelding: Max Naylor (via Wikimedia Commons).

Doggerland aan het begin van het Holoceen (een tijdvak dat zo’n 11.700 jaar geleden begon). Afbeelding: Max Naylor (via Wikimedia Commons).

De botten

De onderzochte botten zijn door de jaren heen met vissersnetten opgediept, maar zijn ook teruggevonden in zand dat ten bate van kustversterking en bijvoorbeeld de aanleg van de Tweede Maasvlakte werd opgespoten.

Isotopenonderzoek
De onderzoekers trekken die conclusie op basis van isotopenonderzoek van menselijke botresten die in de Noordzee zijn teruggevonden. De onderzoekers richtten zich op stabiele isotopen: variaties van atomen met een bepaalde waarde. De waarde van deze isotopen is afhankelijk van het dieet van mensen. Zo heeft een vleeseter een andere ‘isotopensignatuur’ dan een viseter.

Van vlees naar vis
Uit het onderzoek blijkt dus dat de bewoners van Doggerland zo’n 8000 jaar geleden vooral zoetwatervissen en – in mindere mate – kleine dieren aten. Rond 9500 voor Christus was dat wel anders: toen aten de Doggerland-bewoners voornamelijk vlees, zo stellen de onderzoekers. Het dieet van deze mensen is in een periode van 4000 jaar – tussen 9500 en 6000 voor Christus – dan ook flink veranderd.

Hier zie je stukjes van een opperarmbeen, onderkaak en schedel. Deze botresten zijn tijdens het onderzoek gebruikt en stammen uit de periode tussen 9000 en 6000 voor Christus. Afbeelding: Rijksmuseum van Oudheden.

Hier zie je stukjes van een opperarmbeen, onderkaak en schedel. Deze botresten zijn tijdens het onderzoek gebruikt en stammen uit de periode tussen 9000 en 6000 voor Christus. Afbeelding: Rijksmuseum van Oudheden.

Die verandering in het dieet is direct terug te leiden naar klimaatverandering. Tussen 9500 en 6000 voor Christus warmde het klimaat op en steeg de zeespiegel gemiddeld elke 100 jaar met zo’n twee meter. Het laaggelegen Noordzeebekken liep dan ook al snel vol met water. Archeologen dachten altijd dat de bewoners van Doggerland hun heil landinwaarts zochten of zich gedwongen zagen om hun dieet om te gooien en er een marien dieet op na te gaan houden. Maar dit onderzoek schetst een ander beeld: de Doggerland-bewoners gingen meer zoetwatervissen nuttigen. Het suggereert dat deze mensen zich niet door het stijgende water lieten wegjagen. In plaats daarvan bleven ze in de uitgestrekte wetlands die in de delta’s van de Maas, Rijn en Waal ontstonden, wonen. Een slimme keus, want daar was voldoende voedsel te vinden.