Biologen kijken hun ogen uit. Dolfijnen en haaien duiken plots in oppervlakkig water op. Krabben, roggen en vissen komen met duizenden tegelijk bij de kust aan. En vogels verdwijnen – al dan niet onder de olie – in de moerassen. De inwoners van de Golf zijn overduidelijk op de vlucht.

Steeds meer dieren trekken naar de kust in de hoop daar schoner water te vinden. Een gevaarlijke situatie, zo menen wetenschappers. In het ondiepe water zit te weinig zuurstof voor zoveel vissen waardoor deze hun verstikkingsdood tegemoet zwemmen. Bovendien zijn de dieren langs de kust een gemakkelijke prooi voor roofdieren.

Overvloedig
De mogelijkheid bestaat dat de olie binnenkort richting de kust komt zetten en de gevluchte dieren daar alsnog insluit. De plaatselijke vissers wrijven zich inmiddels in de handen. Tom Sabo bijvoorbeeld. Hij vist al jaren voor de kust van Florida. Zijn visstek is nog schoon van olie en ook met de vissen die hij boven water tovert, is niets mis. Sterker nog: de hoeveelheden zijn gigantisch en vissen is lopende band werk geworden. “We zijn het vangen van de vis gewoon een beetje zat,” bekent Sabo. “Het is zo buitengewoon gemakkelijk.”

Sterftecijfer valt mee
Wetenschappers gaan regelmatig het water op om in te schatten hoeveel levens de olieramp eist. Tot op heden valt het mee: 783 vogels, 353 schildpadden en 41 zoogdieren hebben het loodje gelegd. Dat is aanzienlijk minder dan tijdens het Exxon Valdez-incident waarbij alleen al 250.000 vogels omkwamen.

Bodem
De lage sterftecijfers zijn volgens onderzoekers te wijten aan de aard van de ramp. Door de dikke laag olie kunnen alleen de dieren die bovendrijven worden geteld. Naar verwachting zullen er op de bodem van de Golf nog veel onplezierige verrassingen wachten. En dan hebben we het nog niet eens over de gevolgen op lange termijn.

Het tellen van dode dieren is niet alleen vanuit wetenschappelijk opzicht van belang. Des te meer dieren omkomen, des te hoger ook de boete voor BP.