Een opvallend onderzoek van de Wageningen University. Onderzoeker Qin Tu bestudeerde herders op het platteland van Tibet en ontdekte dat de gelovige herders veel hogere inkomens hadden dan hun ongelovige tegenhangers. En dat is geen toeval…

Tu volgde de herders gedurende enige tijd. Hij achterhaalde hoeveel de herders verdienden en hoeveel tijd ze aan hun godsdienst: het Boeddhisme besteedden. Hij verwachtte dat de gelovige herder een lager inkomen had. De gelovigen zijn namelijk veel tijd kwijt aan het bezoek aan de tempel en hebben dus simpelweg minder tijd om geld te verdienen.

Grafiek
Maar Tu bleek er helemaal naast te zitten. Hij plaatste geloof en inkomen in een grafiek en zag een U-bocht ontstaan: juist de arme en uitzonderlijk rijke mensen gingen vaak naar de tempel. De herders behoren niet tot de armen, maar ook niet tot de rijken: zij bevinden zich in de stijgende curve van de U-bocht. Hoe meer tijd ze in de tempel doorbrachten, hoe hoger het inkomen.

WIST U DAT…

Verklaring
Volgens Tu zijn de opmerkelijke resultaten goed te verklaren. Boeddhisten geloven dat hun leven niet van tijdelijke aard is: dankzij reïncarnatie leven ze voort. Om er zeker van te zijn dat ze het in een volgend leven goed krijgen, moeten ze zich goed gedragen. Het geloof heeft dus een goede invloed op het arbeidsethos.

Maar er is nog een oorzaak voor het verband te bedenken. Herders die relatief rijk zijn, gaan vaker naar de tempel om hun rijkdom te laten zien en sociale contacten te onderhouden. Door die vele bezoekjes weten de herders ook precies wat er op de markt speelt en dat is goed voor de zaken.