Als het aan de Australische hoogleraar David Christian ligt, gaan de geschiedenislessen voortaan radicaal anders.

Geschiedenisles saai? Startpunt de Klassieke Oudheid? Als het aan de Australische hoogleraar David Christian (71) ligt, moet geschiedenisonderwijs vanuit een veel breder, multidisciplinair wetenschappelijk perspectief worden gedoceerd dan het traditionele geschiedenisonderwijs. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek ‘Big History, het waanzinnige wetenschappelijke ontstaansverhaal van de mens, de wereld en het universum’. Daarmee geeft hij ons een voorproefje van zijn visie op geschiedenis. Maar hou je vast: hij ziet ook een rol weggelegd voor de jonge wetenschap ‘Big History’ bij het redden van de mensheid en de biosfeer. Scientias.nl interviewde David Christian, die op dat moment in Hong Kong was voor een lezing over Big History aan de Hong Kong University of Science and Technology. Wij spraken Christian over het belang van Big History-onderwijs en – onderzoek voor mensheid en planeet.

Hoe het begon
Eerst wat over de jonge Christian. Afgestudeerd aan de universiteit van Oxford doceerde hij jarenlang Russische geschiedenis aan Macquarie University (Sydney, Australië). Als tiener was hij al heftig geïnteresseerd in de kruisrakettencrisis gedurende de Koude Oorlog. Hij vertelt: “Het onderwijs in de geschiedenis was vooral gericht op naties en nationale ideeën. Maar we kwamen steeds meer te leven in een geglobaliseerde wereld. Dat zette me er toe aan om na te denken over hoe wij de gemeenschappelijke geschiedenis van de mensheid konden begrijpen. Ik wilde weten hoe onze soort zich heeft ontwikkeld. Ik ging steeds verder terug en uiteindelijk belandde ik bij het begin van het universum: de oerknal. Mijn doel is vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines te begrijpen welke vreemde rol wij mensen spelen in de ontwikkeling van de planeet, en welke rol wij kunnen spelen voor het behoud daarvan. De kennis over deze ‘Modern History’ wilde ik ook gaan delen met mijn studenten en met kinderen vanaf de basisschoolleeftijd.” Een belangrijke stap in de ontwikkeling van het Big History-onderwijs was het commitment van Microsoft-oprichter en miljardair Bill Gates. Die kwam naar verluidt op zijn hometrainer in aanraking met de ideeën van Christian en stak enkele miljoenen in het Big History Project: een online gratis lesprogramma voor scholen over de hele wereld. “Zijn steun betekende een doorbraak voor het Big History-onderwijs, overigens zonder dat Gates zich met de inhoud bemoeide,” vertelt Christian.

Entropie
Big History is eigenlijk een soort out of the box-denken, buiten de gebruikelijke structuren van de wetenschap om. De verschillende wetenschappen zijn vaak binnen de muren van hun eigen vakgebied bezig, ondervond Christian. Voor zijn multidisciplinaire wetenschappelijke benadering van de geschiedenis, in eerste instantie om zijn studenten te onderwijzen over human origins, vond hij meer klankbodem bij natuurwetenschappers dan bij menswetenschappers “Natuurwetenschappers kijken vaak zowel naar de details als naar het grotere geheel, merkte ik. Ik vind overigens alle twee de vormen van onderzoek belangrijk.” Voor wat betreft het doen van Big History-onderzoek is het lastig om geld te krijgen, omdat het buiten de gebaande wegen opereert.

Big History stelt nieuwe vragen aan de geschiedenis”

Maar waarom is Big History-onderzoek eigenlijk relevant? Christian geeft een voorbeeld. “Kijk naar entropie, de neiging van het universum om steeds minder gestructureerd te worden. Is dit een concept, dat niet alleen in de natuurkunde, maar ook in de antropologie en de geschiedenis werkt en wat kunnen we ermee? Normaal gesproken zou de geschiedwetenschap zich niet met entropie bezighouden. Big History stelt nieuwe vragen aan de geschiedenis.” Christian verwacht dat er nog veel tijd nodig is voordat Big History echt invloed zal hebben op wetenschappelijk onderzoek.

Milieu en kernwapens
Waar de interdisciplinaire benadering die Big History kenmerkt met name hard nodig is, is het klimaatonderzoek. “Om klimaatverandering aan te pakken, moet je niet alleen wat van scheikunde begrijpen, maar ook van economie en politiek.” Kijkend naar de politiek ziet Christian parallellen met de traditionele organisatie van de wetenschappen: “De politiek is van oudsher georganiseerd vanuit nationale staten. We hebben meer structuren nodig die ons helpen grenzen te overschrijden. Die zijn onder meer bij het aanpakken van klimaatverandering hard nodig. Het goede nieuws is dat al veel academische organisaties grensoverschrijdend bezig zijn. Ook kennen we al veel non-gouvernementele organisaties zoals de Verenigde Naties.”

Klimaatverandering is een probleem dat niet alleen landsgrenzen, maar ook de grenzen van de traditionele wetenschappelijke domeinen overschrijdt. Het probleem vraagt dan ook om een multidisciplinaire aanpak. Afbeelding: robynm / Pixabay.

“Maar”, en dan keert hij terug naar zijn indringende belangstelling als puber voor de Koude Oorlog, “mijn grootste zorg zijn de kernwapens. In 24 uur kunnen zij de hele biosfeer vernietigen. Zij zijn in handen van twee slechts twee naties en niet van de hele mensheid. Wat ik met Big History aan kinderen en volwassenen wil laten zien, is dat wij geen burgers van naties zijn, maar burgers van de mensheid. Dat we allemaal één gemeenschappelijke geschiedenis hebben, en dat we met zijn allen de grote problemen die overal ter wereld spelen, moeten oplossen om te kunnen overleven als mensheid en als biosfeer.”

Over het boek
Het boek Big History is zeker fascinerend. Toch wat kanttekeningen. De benadering van de Grote Geschiedenis in de eerste hoofdstukken over de kosmos en de biosfeer, die ongeveer de helft van het boek in beslag neemt, is vooral natuurwetenschappelijk geent. Vanuit verschillende vakgebieden (zoals astronomie, astrofysica, chemie, paleontologie en geologie) beschrijft Christian thema’s uit de geschiedenis van het universum en de mensheid. Hoewel er achterin een lijst met een verklaringen voor de gebruikte terminologie staat, zal het voor menigeen soms lastig zijn om de draad van het verhaal vast te houden. Ook missen verduidelijkende illustraties. Met de komst van de mens op aarde wordt het lezen van de tweede helft een stuk relaxter. Wie geen tijd heeft voor het lezen van het boek en toch wil weten wat Big History inhoudt, krijgt in 18 minuten tijd een prima voorproefje in Christian’s TED-talk (2011) (zie hieronder). Hierin loopt de Big History-docent met zevenmijlslaarzen door de hele wereldgeschiedenis. Zijn voordracht, die 13,8 miljard jaar geleden begint en eindigt met een toekomstwens voor de mensheid en ‘onze mooie planeet’, is tot nu toe al bijna 9 miljoen keer bekeken.

Traditionele geschiedschrijving versus Big History
Wat is nu eigenlijk het verschil tussen traditionele geschiedschrijving en Big History? Christian legt dit heel duidelijk uit. “In onze geschiedschrijving van de mensheid zal het nauwelijks gaan over dingen waarover historici het gewoonlijk hebben: oorlogen, leiders, naties, wereldrijken of de ontwikkeling van uiteenlopende artistieke, religieuze en filosofische tradities. In plaats daarvan houden we vast aan de hoofdthema’s van ons ontstaansverhaal. We zullen nieuwe vormen van complexiteit zien verschijnen, die ditmaal zijn gecreëerd door een nieuwe soort (de mens, red.) die informatie op nieuwe manieren gebruikte om steeds grotere energiestromen aan te boren. We zullen zien hoe wij mensen de biosfeer zijn gaan veranderen, tot het nu zover is gekomen dat we een planeetveranderende soort zijn geworden. We weten wel dat de mens, en zelfs de hele biosfeer, op de drempel staat van ingrijpende en misschien wel turbulente veranderingen.” De rode draad van het beschrijven van het ontstaansverhaal van de mens, de wereld en het omniversum bestaat uit acht omslagpunten of drempels (‘thresholds’) van toenemende complexiteit, die Christian formuleerde op basis van moderne wetenschappelijke kennis die hij opdeed bij tal van wetenschappelijke disciplines. Hij heeft dit boek geschreven na zich als historicus eerst enkele jaren verdiept te hebben in beta-wetenschappen. We noemen alle acht de omslagpunten kort. Het eerste omslagpunt is de kwantummechanische opstart van het universum. Daarmee doelt hij op de oerknal (13,82 miljard jaar geleden): “het afzetpunt waaraan de tegenwoordig vrijwel algemeen aanvaarde verklaring van het ultieme begin is opgehangen.” Het tweede omslagpunt is het ontstaan van de eerste grote structuren: sterren en sterrenstelsels. “De fundamentele bron van vrije energie in dit deel van onze ontstaansgeschiedenis was de zwaartekracht. Zwaartekracht drijft de dingen graag op een kluitje bijeen, als een kosmologische herdershond.” Het derde omslagpunt bestaat uit het ontstaan van nieuwe elementen en toenemende chemische complexiteit. Waterstof en helium waren de eerste elementen die ontstonden. Daar kwamen er zo’n 88 bij. Het vierde omslagpunt is dat van moleculen naar manen, planeten (aarde) en zonnestelsels. Het vijfde omslagpunt is het ontstaan van leven. Het zesde omslagpunt is de mens, “een nieuwe soort die informatie gebruikte om steeds grotere energiebronnen aan te boren.”

De opkomst van de landbouw was een revolutie en wordt in de traditionele geschiedschrijving vaak als startpunt gezien. Afbeelding: The Yorck Project (via Wikimedia Commons).

Omslagpunt 7 is de opkomst van de landbouw. “Landbouw was een megavernieuwing, zoiets als fotosynthese of meercelligheid. De geschiedenis van de mens raakte hierdoor in nieuwe en dynamischer banen, doordat onze voorouders nu grotere energiestromen en nieuwe bestaansmiddelen konden aanboren, waardoor ze meer konden doen en nieuwe vormen van rijkdom konden creëren.” Omslagpunt 8 tot slot is volgens Christian het Antropoceen, de periode die volgt op het Holoceen, het geologische tijdvak sinds het einde van de laatste ijstijd (ongeveer 11.700 jaar geleden). Het Antropoceen is de recentste periode in de geschiedenis van de mensheid, waarin de mens de dominante veranderende kracht in de biosfeer is geworden. Alles draait om informatie in het Antropoceen, aldus de wetenschapper. Hij voegt aan de uitgebreide uitleg van de acht omslagpunten ook nog interessante maar ook zorgwekkende toekomstscenario’s toe in het hoofdstuk ‘Waar moet het heen’. Als leraar vindt Christian het overigens maar vreemd dat er zo weinig moderne onderwijsinstellingen zijn die veel tijd besteden aan systematische lessen over de toekomst. “Dat is verbazend, omdat alle organismen met hersenen nadenken over de toekomst.” Voor de menselijke soort zijn de komende paar honderd jaar van het grootste gewicht, schrijft Christian. “We hebben nu een complete biosfeer om voor te zorgen, en dat kunnen we goed of slecht doen. De details van wat we doen, kunnen enorme consequenties hebben voor de toekomst. We moeten de mens en de biosfeer naar een veilige haven loodsen, omdat we weten dat een verwoeste biosfeer de mens geen veilige haven meer biedt.”

Big History in Nederland
Langzaam maar zeker komt er meer aandacht voor de Big History-benadering. Met name in Rusland zijn volgens Christian veel Big History-wetenschappers actief. En er is inmiddels een International Big History Association, die conferenties organiseert en een krant uitgeeft. Maar ook in Nederland wordt Big History al onderwezen. VWO-filosofiedocente Constance van Hall en collega Joris Burmeister hebben dit multidisciplinaire vak een paar jaar geleden naar middelbare scholen in Nederland gehaald. Het wordt inmiddels op 40 scholen verspreid over het hele land gegeven, voornamelijk (nog) in de bovenbouw van het VWO. Van Hall vertelt: “Het is begonnen uit een soort gekte. In 2012 zag ik een lezing van David Christian. In 18 minuten behandelde hij de hele wereldgeschiedenis op een interdisciplinaire manier. Ik was gelijk enthousiast en zocht contact met hem. In 2013 werd het vak op de eerste drie scholen in ons land gegeven, waaronder mijn school, het A. Roland Holstcollege in Hilversum.” Het vak Big History wordt niet onder de noemer van geschiedenis, maar onder die van Algemene Natuurwetenschappen (ANW) gegeven. “Het was pure mazzel dat wij met Big History invulling aan het vak ANW konden geven. Men worstelde daar namelijk mee,” vertelt Van Hall. Het zijn niet louter historici die dit vak geven, maar ook sociologen, geologen, biologen en filosofen. Van Hall publiceerde in 2015 een schoolboek voor middelbare scholieren: ‘Big History, vakoverschrijdende oriëntatie op de wetenschappen’ (Uitgeverij Boom). Een oudere lezer schrijft in een recensie van het boek op bol.com: “Subliem! Als er in mijn tijd zo’n vak gegeven zou zijn, dan had ik toch minder hoeven spijbelen.” Een middelbare scholier schrijft dat hij/zij Big History ‘een leuk concept’ vindt. Sinds 2016 helpen de Universiteit van Amsterdam en het Big History Project in de VS mee bij het organiseren van het onderwijs. Van Hall hoopt dat het vak binnenkort ook op de HAVO wordt onderwezen.

Big History stelt vragen die je anders over het hoofd ziet”

Universiteit en onderzoek
Ook op enkele universiteiten in ons land worden Big History-colleges gegeven. Er wordt ook onderzoek gedaan. Ook op de universiteiten is het vak Big History moeilijk in een vakje te plaatsen. Iemand die daarover kan meepraten is ir. Esther Quaedeckers, docent aan het Instituut voor Interdisciplinaire Studies van de Universiteit van Amsterdam. Zij is van huis uit architect en historicus. Sinds 2006 coördineert en geeft zij Big History cursussen aan de universiteiten van Amsterdam, TU Eindhoven, Utrecht en het Amsterdam University College. Quaedeckers vertelt: “Nederland was één van de eerste landen die Big History omarmde. In 1994 begon mijn oud-collega Fred Spier en de socioloog Johan Goudsblom hiermee aan de UvA.” Het vak is niet aangehaakt bij de Geschiedenisfaculteit, maar bij Interdisciplinaire Studies. Quaedeckers: “Het keuzevak Big History trekt redelijk wat studenten. Aan de UvA bijvoorbeeld hebben we er zo’n 200 per jaar. De studenten zijn heel erg gemotiveerd. De docenten zijn een astronoom, een geoloog, een bioloog en een paleontoloog. Helaas loopt de belangstelling voor interdisciplinaire vakken de laatste tijd wat terug, doordat studenten meer kiezen voor vakken binnen hun eigen faculteit.” Quadeckers is één van de wetenschappers in Nederland die ook Big History-onderzoek doet. Zij introduceerde de term Little Big History. Haar onderwerp is ‘The Little Big History of Tiananmen’, beter bekend als de Poort van de Hemelse Vrede (Beijing). Zij benadert hierin een kleinschalig onderwerpen met een Big History-bril – dus vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines. “Ik vraag me af hoe het gebouw geworden is zoals het is. Ik maak in mijn onderzoek bijvoorbeeld een vergelijking met het dierenrijk. Een heleboel dieren – behalve mieren – bouwen niet, terwijl mensen wel bouwende wezens zijn. Hoe komt het dat daar een verschil is? Big History stelt vragen die je anders over het hoofd ziet.” Zij signaleert dat het heel moeilijk is om fondsen te werven voor interdisciplinair onderzoek. “We worden vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Grote onderzoeksprojecten op het terrein van Big History staan daardoor nog in de kinderschoenen.”

Het lijkt een utopie dat Big History alleen de wereld kan redden. Daarvoor staat dit jonge wetenschappelijke vakgebied nog te veel in de kinderschoenen. Bovendien zijn voor de redding van de mensheid niet alleen nieuwe, vakgebiedoverschrijdende wetenschappelijke oplossingen nodig, maar ook natie-overstijgende politieke en economische oplossingen. Toch kan er zeker een rolletje zijn weggelegd voor Big History, omdat deze wetenschap een nieuwe, frisse blik werpt op het bestuderen van omvangrijke problemen zoals klimaatverandering. En ook, omdat Grote Geschiedenis kinderen en jongeren leert op een meer caleidoscopische manier – vanuit verschillende wetenschappen – naar de geschiedenis van onze planeet en van de mensheid te kijken. Hierdoor ontstaat er mogelijk extra draagvlak om samen te zorgen voor het voortbestaan van onze mooie planeet.