Nieuw onderzoek suggereert dat een deel van de Hebreeuwse Bijbel al voor de val van het koninkrijk van Juda werd samengesteld.

In 586 voor Christus werd Jeruzalem verwoest en kwam er – door toedoen van de Babyloniërs – een einde aan het koninkrijk van Juda. Wetenschappers breken zich al lang het hoofd over de vraag of de Hebreeuwse Bijbel (het oude testament) voordat de Babyloniërs in 586 verwoesting brachten al grotendeels was samengesteld of dat dat pas daarna gebeurde. Een nieuw onderzoek kan wellicht meer duidelijkheid scheppen.

Compilatie
De meeste wetenschappers zijn het er wel over eens dat belangrijke teksten uit de Hebreeuwse Bijbel vanaf de zevende eeuw voor Christus werden opgeschreven. Maar wanneer werden die teksten samengevoegd om het verzamelwerk te vormen dat de Hebreeuwse Bijbel nu is? Dat bleef onduidelijk. Wetenschappers vroegen zich met name af of de verschillende teksten vóór of na 586 voor Christus werden samengevoegd. 586 voor Christus is een belangrijk moment in de geschiedenis van het Joodse volk: in dat jaar verwoestten de Babyloniërs Jeruzalem, kwam er een einde aan het koninkrijk van Juda en werd de Joods elite in ballingschap naar Babylonië gevoerd.

Inwoners van het gevallen koninkrijk van Juda worden weggevoerd naar Babylonië. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Inwoners van het gevallen koninkrijk van Juda worden weggevoerd naar Babylonië. Afbeelding: via Wikimedia Commons.

Geletterdheid
“Er is een verhitte discussie gaande omtrent het moment waarop een groot aantal bijbelse teksten werd samengevoegd,” stelt onderzoeker Israel Finkelstein. “Maar om dit helder te krijgen, moet je een bredere vraag stellen: hoe zat het met de geletterdheid in Juda (kort voor de Babyloniërs het koninkrijk van de kaart veegden, red.)? Finkelstein en zijn collega’s stellen namelijk dat het samenvoegen van bijbelse teksten een enorme klus was, waar veel geletterde mensen bij betrokken moeten zijn geweest. De compilatie kan dan ook alleen maar ontstaan zijn in een tijd waarin veel individuen konden lezen en schrijven. Grote vraag is of dat in de laatste dagen van het koninkrijk van Juda al het geval was.

Teksten in een fort
Om een antwoord te krijgen op die vraag bestudeerden wetenschappers zestien teksten die tijdens een opgraving in een afgelegen fort waren teruggevonden. De teksten stammen uit 600 voor Christus en gaan over de bewegingen van militaire troepen, maar ook over de kosten van voedsel. Een analyse toont aan dat de teksten het werk zijn van zeker zes verschillende schrijvers. Dat zich onder de weinige soldaten in dit afgelegen fort al zoveel geletterde individuen bevonden, suggereert dat het met de geletterdheid in de laatste dagen van Juda wel goed zat. “We hebben indirect bewijs gevonden voor een educatieve infrastructuur die de compositie van bijbelse teksten mogelijk moet hebben gemaakt,” stelt onderzoeker Eliezer Piasetzky. “In alle lagen van de overheid, het leger en de priesters van Juda was sprake van geletterdheid. Lezen en schrijven was niet alleen weggelegd voor de elite.”

De teksten die de wetenschappers analyseerden. Afbeelding: Michael Cordonsky / Tel Aviv University / Israel Antiquities Authority.

De teksten die de wetenschappers analyseerden. Afbeelding: Michael Cordonsky / Tel Aviv University / Israel Antiquities Authority.

En daarmee wordt het heel aannemelijk dat de Hebreeuwse bijbel grotendeels al voor de ballingschap werd samengesteld, zo stellen de onderzoekers. “Na de val van Juda werden er tot de tweede eeuw voor Christus weinig Hebreeuwse teksten geproduceerd,” stelt Finkelstein. “Dat verkleint de kans dat er tussen 586 en 200 voor Christus een compilatie van bijbelse literatuur werd gemaakt.”