Wanneer de bijenkorf van honingbijen overvol raakt, moet een deel van de werkende bijen en een oude koningin op zoek naar een nieuw huis. Ze sturen er scouts op uit en kiezen vervolgens op democratische wijze waar ze zich gaan vestigen. Mensen kunnen daar van leren. Dat concludeert onderzoeker Thomas Seeley in zijn boek Honeybee Democracy.

Zodra duidelijk wordt dat een deel van de bijen moet vertrekken, gaan enkele honderden bijen op zoek naar een nieuw huis. Ze bezoeken zo’n tien tot twintig bomen die geschikt zijn. Ze rapporteren hun bevindingen aan de zwerm middels een dans. Hoe langer de dans duurt, hoe beter de plaats is. De scouts zijn daarbij altijd eerlijk: als een plaats niet deugt, krijgt deze maar een kort dansje.

Democratie
De scouts bezoeken de plaatsen één voor één en dansen naar hun eigen inzicht. Des te meer verkenners er van overtuigd zijn dat een plaats geschikt is, des te populairder deze wordt. De meest populaire plaats wordt uiteindelijk de nieuwe woonplaats. Bijen vertrouwen dus op kleine brokjes informatie die door honderden individuen worden aangeleverd.

Slimmer
Volgens Seeley is de werkwijze van de bijen vergelijkbaar met die van ons brein. Een individuele bij of zenuwcel heeft geen overzicht, maar door allemaal kleine stukjes informatie bij elkaar te leggen, wordt gekeken wat het beste is. Daaruit volgt dat de beslissing die uiteindelijk genomen wordt nog veel slimmer is dan het slimste individu in de groep.

Mensen kunnen van het democratische proces van de bij leren. Als groepsleden gezamenlijke interesses hebben – zoals de bijen in de zwerm – dan is het belangrijk dat men de groep divers houdt, zodat iedereen een eigen visie heeft en er ruimte ontstaat voor debat. Alleen zo komen alle mogelijkheden en dus ook de allerbeste aan bod. Een onpartijdige leider is daarbij onmisbaar.