De paleontologie wordt er de komende tientallen millennia niet spannender op.

Dat voorspellen onderzoekers in het blad Antropocene. Ze wijzen erop dat het aantal mensen en de door hen gehouden dieren inmiddels het aantal wilde dieren overstijgt. En dat zal in de (verre) toekomst goed terug te zien zijn in de fossiele vondsten die worden gedaan.

Mensen, vee en huisdieren
“De kans dat een wild dier onderdeel wordt van het fossiele archief is heel klein geworden,” vertelt onderzoeker Roy Plotnick. “In plaats daarvan zal het toekomstige fossiele archief wat zoogdieren betreft voornamelijk bestaan uit koeien, varkens, schapen, geiten, honden, katten, etc. En mensen.”


Als voorbeeld haalt Plotnick de Amerikaanse staat Michigan aan. Zo’n 96% van de totale massa dieren bestaat daar inmiddels uit mensen en de door hen gehouden dieren (vee of huisdieren). Zo zijn er in deze Amerikaanse staat bijvoorbeeld al net zoveel kippen als mensen te vinden. En dat zullen de paleontologen van de toekomst terug gaan zien in de fossiele vondsten die ze doen.

Complete karkassen
Niet alleen het type fossiel en de frequentie waarmee dat wordt teruggevonden, verandert. Ook de toestand waarin het fossiel van de toekomst wordt teruggevonden verandert onder invloed van de mens. “Fossiele zoogdieren vind je terug in grotten, de bedding van oude meren of rivieren,” vertelt Plotnick. “En over het algemeen vind je alleen tanden en wat losse botten terug.” Maar dat is in de toekomst anders. “Dieren die sterven op boerderijen of massaal sterven door toedoen van ziekten worden vaak als complete karkassen in graven of stortplaatsen op grote afstand van water, gedumpt.” Daar doorstaan de resten de tand des tijds waarschijnlijk beter. Dat wil overigens niet zeggen dat paleontologen over vele millennia het ene na het andere complete fossiel opgraven. De onderzoekers wijzen er in hun paper op dat het gebruik van grote landbouwmachines – zeker met het oog op de grote dichtheid van het aantal in de bodem ter ruste gelegde dieren – waarschijnlijk leidt tot meer en ook voor deze tijd kenmerkende schade aan de botten.

Onderscheid
Het betekent dus heel concreet dat de fossiele vondsten die nu in de maak zijn, op verschillende manieren duidelijk te onderscheiden zullen zijn van de fossiele vondsten die paleontologen nu aantreffen. En dat geldt niet alleen voor de fossiele resten van gedomesticeerde dieren, maar ook voor die van mensen zelf, zo stellen de onderzoekers. Hoewel mensen al millennialang gewend zijn om hun doden te begraven, zijn de graven uit de laatste pak ‘m beet 150 jaar toch anders dan daarvoor. Zo worden mensen tegenwoordig vaak in kisten begraven, waardoor hun resten beter bewaard blijven en de kans dat de resten compleet blijven, toeneemt. Verder worden mensen tegenwoordig veelal op zeer grootschalige begraafplaatsen ter ruste gelegd, waar de graven bovendien keurig op rijen liggen. “In de verre toekomst zal het fossiele archief van vandaag de dag bestaan uit een groot aantal complete menselijke skeletten die allemaal in rijen liggen,” voorspelt Plotnick.


Anders
Wat Plotnick en collega’s in hun studie aantonen, is dat we momenteel bezig zijn met het opbouwen van een fossiel archief dat er – in ieder geval als het om zoogdieren gaat – radicaal anders uitziet dan in het verleden. “Menselijke activiteiten veranderen de aard van de resten van zoogdieren en hun graven aanzienlijk,” zo schrijven de onderzoekers. “Het moderne fossiele archief van zoogdieren zal dan ook uniek zijn in de geschiedenis van de aarde.”

Antropoceen
De dominantie van de mens klinkt dus in de fossiele vondsten van de toekomst door. En daarmee is dit het zoveelste onderzoek dat pleit voor het Antropoceen: een nieuw tijdperk in de geschiedenis van onze planeet waarin de mens overduidelijk de dienst uitmaakt (zie kader).

Van het Holoceen naar het Antropoceen

Dat de mens de aarde domineert, staat zo langzamerhand wel vast. En dat die nietsontziende dominantie grote effecten heeft, ook. Zo zitten de oceanen vol plastic, is de lucht vervuild, sterven diersoorten uit en hebben we zelfs de samenstelling van onze atmosfeer en daarmee ook ons klimaat beïnvloed. Onze invloed reikt inmiddels zover dat steeds meer onderzoekers stellen dat we feitelijk in een heel nieuw tijdperk zijn beland: het Antropoceen. Dit tijdperk zou kort na de Tweede Wereldoorlog zijn begonnen. Hoewel de term ‘Antropoceen’ al jaren in zwang is, leven we officieel nog altijd in het grofweg 11.500 jaar geleden begonnen Holoceen. Om het Antropoceen officieel te kunnen omarmen, moeten onderzoekers namelijk eerst aan kunnen tonen dat de start van het Antropoceen – en dus het einde van het Holoceen – duidelijk terug te zien is in aardlagen wereldwijd.

Wat dit nieuwe onderzoek laat zien, is dat de fossiele resten van de toekomst een duidelijk signaal zullen zijn van een door mensen ingegeven verandering en dus ook kunnen getuigen van de start en voortzetting van het Antropoceen. En daarmee zwelt de roep om het Holoceen in te wisselen voor het Antropoceen opnieuw aan. Eerder stelden onderzoekers al dat het Antropoceen wereldwijd herkenbaar is aan onder meer radioactieve neerslag door toedoen van atoomtesten, de aanwezigheid van plastic en door mensen gemaakte stoffen (van beton tot pesticiden). En zelfs mineralen blijken inmiddels van onze dominantie te getuigen.

Terwijl het bewijs voor het Antropoceen zich opstapelt, lijkt een definitieve afsluiting van het Holoceen nog ver weg. Want een nieuw tijdperk beginnen; dat doen geologen niet zo snel. Daar gaat een grondig onderzoek aan vooraf, waarbij men bovenal een globaal voorkomend signaal van het Antropoceen moet identificeren. Dat is een element of object dat kenmerkend is voor het Antropoceen en dat mensen – wanneer ze over 100.000 jaar op afzettingen uit onze tijd stuiten – wereldwijd moeten kunnen vinden. Aan de hand van dit element of object kan het Antropoceen dan onderscheiden worden van andere geologische tijdvakken. Pas nadat er zo’n signaal is gevonden, kan een bureaucratisch proces in gang worden gezet waarin meerdere commissies zich over het voorstel om het Antropoceen te omarmen, buigen en middels stemrondes besluiten of het Holoceen nu echt voorbij is of niet.