luis

Van katten weten we dat ze na een val – bijna altijd – op hun pootjes terechtkomen. En nu blijkt dat ook voor de erwtenluis te gelden. De bladluis valt soms van een blaadje af en komt na zo’n val – die maar een fractie van een seconde duurt – vrijwel altijd weer op zijn pootjes terecht.

Onderzoekers van de universiteit van Haifa bestudeerden hoe luizen zich laten vallen wanneer ze de adem van planteneters waarnemen. Om te voorkomen dat ze met blad en al in de mond van de planteneter terechtkomen, laten de erwtenluizen zich vallen. Het viel de onderzoekers op dat ze tijdens die val enkel de rug van de luizen zagen. Dat wees erop dat de beestjes altijd op hun pootjes terechtkwamen. Om te achterhalen of dat echt klopte, zetten de onderzoekers een schaaltje met rood poeder neer en lieten de bladluizen hier in vallen. Vrijwel alle erwtenluizen hadden na hun val een rode plek op hun buik: het bewijs dat ze dus keurig op hun pootjes terecht waren gekomen.

Verbazingwekkend
In 96 procent van de gevallen landden de luizen op hun pootjes. Het zette de onderzoekers aan het denken. “Wat ons verbaasde, was dat de luizen niet veel leken te doen om zo terecht te komen,” vertelt onderzoeker Gal Ribak. “Hun lichaamshouding bleef tijdens de gehele val vrij constant.”

WIST U DAT…

…wetenschappers onlangs een ‘magisch’ tapijt hebben ontwikkeld dat kan voorkomen dat mensen vallen?

Passieve draai
Maar hoe kregen de luizen het dan voor elkaar om toch elke keer op hun pootjes terecht te komen? De onderzoekers namen hun toevlucht tot wiskundige modellen en beelden van vallende luizen om een antwoord op die vraag te vinden. De modellen lieten zien dat de insecten een houding aannemen die aerodynamisch gezien alleen stabiel is wanneer ze met hun pootjes op de grond gericht naar beneden vallen. Uiteindelijk zorgt de luchtweerstand er dan ook voor dat de lichaampjes van de luizen zich draaien. De luis hoeft daar zelf niets voor te doen, behalve een bepaalde lichaamshouding aan te nemen. De lucht doet vervolgens de rest, zo stellen de onderzoekers in het blad Current Biology.

Doordat de pootjes van de luizen naar beneden gericht zijn, raken ze de grond vaak niet eens, zo ontdekten de onderzoekers. Ze weten zich vaak halverwege hun val met hun kleverige pootjes aan andere blaadjes vast te klemmen. Zo voorkomen ze dat hun val op de grond – waar andere roofdieren ze kunnen pakken, waar ze gemakkelijk kunnen verdwalen en/of verhongeren – eindigt.