De bodem komt tot wel 41 millimeter per jaar omhoog. “Het verandert alles.”

Wanneer een op land gelegen ijsmassa smelt, heeft dat een impact op de bodem eronder. Die wordt door de ijsmassa namelijk naar beneden geduwd, maar kan – als de hoeveelheid ijs afneemt – weer opveren. “Wanneer het ijs smelt en de ijskap dunner wordt, past de aarde zich aan en stijgt de bodem onmiddellijk – afhankelijk van de hoeveelheid ijs die is verdwenen – een paar millimeters,” legt onderzoeker Valentina Barletta uit.

Heel snel
In die zin is het dan ook niet heel verrassend dat de bodem onder West-Antarctica – een gebied dat momenteel enorm veel ijs verliest – omhoog komt. Maar de snelheid waarmee deze dat doet, is wel opvallend. Een nieuw onderzoek wijst uit dat de bodem tot wel 41 millimeter per jaar opveert. “De snelle stijging van de bodem in dit deel van Antarctica suggereert dat de geologie onder het ijs heel anders is dan onderzoekers eerder dachten,” aldus onderzoeker Terry Wilson. “De snelheid waarmee de bodem opveert, is ongebruikelijk en heel verrassend. Het verandert alles.”

Meer ijs verloren
Zo wijzen de metingen er bijvoorbeeld op dat West-Antarctica veel meer ijs is verloren dan gedacht. Wanneer een enorme hoeveelheid ijs smelt, neemt de zwaartekracht lokaal af en dat kunnen satellieten detecteren. Maar doordat de bodem hier in reactie op smelt zo snel opveert, wordt de zwaarterkrachtsverandering die ontstaat door smelt deels gemaskeerd. Het betekent heel concreet dat het gebied zo’n 10% meer ijs is kwijtgeraakt dan we tot voor kort dachten.

Stabiliseren
Daarnaast lijken de bevindingen ook enorme implicaties te hebben voor de toekomst van de West-Antarctische ijskap. Mogelijk is deze – doordat de bodem zo snel opveert – toch stabieler dan gedacht, zo stellen de onderzoekers. In dit deel van Antarctica is het namelijk zo dat de grounding lines van de ijskap – het punt waarop deze voor het laatst contact maakt met de onderliggende bodem – allemaal onder zeeniveau liggen. Hierdoor kan warm water gemakkelijk onder de ijskap kruipen, ervoor zorgen dat deze van onderaf smelt en de grounding line naar achteren dwingen. Maar als de bodem opveert, kan deze de ijskap letterlijk meer houvast geven en er zelfs voor zorgen dat water niet langer de kans krijgt om onder de ijskap te kruipen en de smelt van onderaf afneemt.

Of het opveren van de bodem de West-Antarctische ijskap voor instorting kan behoeden? Dat is onduidelijk, omdat het met name afhangt van de mate van opwarming. “Onder veel realistische klimaatmodellen zou dit genoeg moeten zijn om de ijskap te stabiliseren,” stelt Wilson. Maar bij een te extreme opwarming zal de ijskap – ondanks dat de onderliggende bodem opveert – toch verdwijnen. Tegelijkertijd moeten we ook niet vergeten dat dit onderzoek alleen over West-Antarctica handelt. “Antarctica is heel complex,” benadrukt Wilson. “We hebben enkele mogelijke positieve feedbacksystemen in dit gebied (West-Antarctica, red.) gevonden, maar andere gebieden kunnen anders zijn en negatieve feedbacksystemen hebben.” Het advies blijft na dit onderzoek dan ook hetzelfde, aldus onderzoeker Rick Aster. “Om te voorkomen dat de wereldwijde zeespiegel tijdens en na deze eeuw meer dan een paar voet (1 voet is 30,4 centimeter, red.) stijgt, moeten we de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer beperken en dat kan alleen door internationale samenwerking en innovatie.”