herschel

Ruimtetelescoop Herschel heeft zijn laatste adem uitgeblazen. Na meer dan drie jaar trouwe dienst is de ruimtetelescoop slachtoffer geworden van een onontkoombaar lot: oververhitting.

De infraroodtelescoop maakte gebruik van koelvloeistof om haar instrumenten te koelen. Om de zwakke infrarode en submillimeterstraling op te vangen, mogen de instrumenten niet warmer worden dan -271 graden Celsius. Wanneer de instrumenten warmer worden, geven ze zelf infrarode straling af, waardoor de zwakke straling van verre sterrenstelsels, quasars en nevels moeilijk op te vangen is. De koelvloeistof is nu – zoals verwacht – helemaal op.

“Herschel gaf ons de mogelijkheid om de donkere en koude gebieden van het heelal te observeren. Dit zijn gebieden die normaal gesproken onzichtbaar zijn voor andere telescopen”, vertelt John Grunsfeld van NASA. “Deze succesvolle missie laat zien dat NASA en ESA goed samen kunnen werken om de geheimen van het heelal te ontrafelen.”

De afgelopen jaren werd Herschel intensief gebruikt door wetenschappers. In het archief van Scientias.nl is te zien waarom we zoveel te danken hebben aan Herschel. Zo ontdekte Herschel enkele van de jongste sterren ooit, dat Betelgeuze op ramkoers ligt met een muur van stof en dat asteroïde Apophis groter bleek te zijn dan verwacht. Ook maakte Herschel prachtige foto’s, waaronder van de Adelaarsnevel en de Andromedanevel.

Hoewel Herschel niet meer functioneert, zijn er nog genoeg gegevens voor wetenschappers om te analyseren. Het zou dus best kunnen dat we in de toekomst nog het één en ander gaan ontdekken, met dank aan Herschel.