De zwaarste bommen veranderden tijdelijk de bovenste regionen van onze atmosfeer.

De bombardementen in de Tweede Wereldoorlog waren zo krachtig, dat ze zelfs hun sporen in de bovenste regionen van onze atmosfeer achterlieten. Dat suggereren onderzoekers in een nieuwe studie gepubliceerd in het tijdschrift Annales Geophysicae. De bombardementen brachten schokgolven teweeg, die tot de ionosfeer – de geëlektrificeerde laag van de atmosfeer op zo’n 1000 km hoogte – reikten. “Het is verbazingwekkend om te zien hoe door de mens veroorzaakte explosies zelfs de rand van de ruimte hebben kunnen beïnvloeden,” stelt onderzoeker Chris Scott.

Ionosfeer
In de Tweede Wereldoorlog dropten geallieerde vliegtuigen zware bommen op Europese steden. Deze bommen waren zo krachtig, dat de schokgolven voelbaar waren tot in de ionosfeer en deze zelfs konden verzwakken. “Bij elke aanval kwam er energie vrij vergelijkbaar met tenminste 300 blikseminslagen,” zegt Scott. “Door de enorme kracht die hiermee is gemoeid hebben we kunnen vaststellen hoe gebeurtenissen op aarde invloed hebben op de ionosfeer.”

Luchtaanvallen
In de studie bekeken de onderzoekers de gegevens van het Radio Research Center in de stad Slough, in het Verenigd Koninkrijk, tussen 1943 en 1945. De onderzoekers verstuurden radiopulsen op ongeveer 100-300 kilometer boven het aardoppervlak om de elektronenconcentratie van ionisatie – waarbij een molecuul een elektron verliest – in de bovenste regionen van de atmosfeer beter te begrijpen. De onderzoekers bestudeerden de ionosfeer tijdens 152 geallieerde luchtaanvallen. En ze ontdekten dat de schokgolven de bovenste laag van de atmosfeer enorm verhitten en vervolgens verzwakten. Hierdoor nam het aantal elektrisch geladen deeltjes, elektronen, aanzienlijk af.

Bombardementen
De geallieerden gooiden bommen die ontzettend groots en allesverwoestend waren. Zo meldden bemanningsleden die betrokken waren bij de bombardementen dat hun vliegtuigen beschadigd raakten als gevolg van de schokgolven, ondanks dat ze op de aanbevolen hoogte vlogen. Daarnaast werden er mensen door de lucht geslingerd en raamkozijnen en deuren zouden uit hun scharnieren zijn geblazen.

Door de enorme kracht die de bombardementen voortbrachten, kunnen wetenschappers de impact meten van dergelijke gebeurtenissen op honderden kilometers boven het aardoppervlak. De bevindingen uit dit onderzoek zullen ook gebruikt worden om meer inzicht te krijgen in hoe natuurgeweld, zoals bijvoorbeeld bliksem, vulkaanuitbarstingen en aardbevingen, de bovenste laag van onze atmosfeer beïnvloedt. De onderzoekers zijn nu van plan om de impact van honderden, kleinere bombardementen te bestuderen. Zo willen ze bijvoorbeeld gaan begrijpen hoeveel energie er minimaal voor nodig is om de ionosfeer al aan het wiebelen te brengen.