Het planten van bomen in droge gebieden doet vaker kwaad dan goed.

Ontbossing is op dit moment een serieus probleem. En dat terwijl planten een hele belangrijke rol spelen binnen het klimaatsysteem. Ze verminderen de hoeveelheid CO2 in de lucht en houden de aarde zo koeler. Om klimaatverandering af te remmen wordt er dan ook hoopvol gekeken naar het planten van meer bomen. Maar waar doe je dat wel, en waar juist niet?

Droogte
Een antwoord vinden op die vraag is erg belangrijk. Want hoewel het planten van bossen gunstig is voor een tal van levensvormen, is het cruciaal dat ze op de juiste plekken worden aangelegd. In gebieden die bijvoorbeeld door droogtes zijn getroffen kan het aanplanten van bomen de watertoevoer in rivieren en beken sterk verminderen. Hierdoor hebben mensen die stroomafwaarts wonen ineens aanzienlijk minder water tot hun beschikking.


Ontbossing

Het kappen van bomen gaat de laatste jaren razendsnel. Zo blijkt uit onderzoek dat er in 2017 gemiddeld elke minuut genoeg bomen verdwenen om 40 voetbalvelden mee te bedekken. Aan het eind van het jaar was het oppervlak dat door bomen bedekt werd maar liefst 15,8 miljoen hectare kleiner dan aan het begin van 2017. Voor de beeldvorming: 15,8 miljoen hectare komt grofweg overeen met de omvang van Bangladesh.

Ontbossing
Al ruim een eeuw sleutelen wetenschappers aan mogelijkheden om te voorspellen hoe waterstromen reageren op het aanleggen en weghalen van bossen. Tot nu toe waren de resultaten echter erg onduidelijk en grotendeels onberekenbaar. In een nieuwe studie bogen onderzoekers zich over ruim 400.000 waterbekkens (een afgebakend gebied waar neerslag verzameld en afgevoerd wordt naar een gemeenschappelijke rivier, baai of andere vorm van stromend water) in 137 verschillende landen.

Model
Met behulp van al deze gegevens creëerden de onderzoekers een model. Met dit model kunnen wetenschappers voorspellen hoe de waterstroom in een bekken reageert op het planten, of weghalen van bomen. Worden er bomen gekapt, dan is het voor een nauwkeurige voorspelling belangrijk om te kijken naar de hoeveelheid ondergronds water dat in het stroomgebied opgeslagen zit, zo stellen de onderzoekers. Hoe meer water in de grond, hoe meer water benedenstrooms beschikbaar komt wanneer bomen worden weggehaald. Worden er juist bomen geplant, dan is de hoeveelheid verdamping en transpiratie de belangrijkste factor om te bepalen hoe de waterstroom reageert.

Het aanplanten van bomen moet dus wel op de juiste plekken gebeuren. In Zuid-Afrika is er bijvoorbeeld een wet aangenomen die het aanplanten van bossen in bepaalde gebieden verbiedt. “Succesvolle bebossing kan op zulke plekken alleen plaatsvinden als er voldoende andere watervoorraden beschikbaar zijn,” concluderen de onderzoekers.